Voorlichtingsmodule Wet Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

ID nummer: SKJ197861
Periode: 11 maart 2016 t/m 11 maart 2019
Type cursus: Individuele cursus / E-learning
Opleidingsinsituut: RINO Noord Holland

Druk en impulsief gedrag komt frequent voor bij peuters en kleuters, en blijft soms hardnekkig doorspelen in de volgende jaren. Dergelijk gedrag kan het voor ouders lastig maken om de interacties positief te houden. Het kan de integratie op het kinderdagverblijf, de peuterspeelzaal of de basisschool bemoeilijken. De vraag of er sprake kan zijn van ADHD of DCD rijst al gauw. Tegelijk spelen maatschappelijke discussies of er niet te snel een etiket wordt geplakt, of de ouders het niet te snel laten afweten, of er geen te hoge eisen worden gesteld aan kinderen, en of er niet te snel medicijnen gegeven worden.

Hoe kan je daar vanuit een vroeg ontwikkelingsperspectief anders naar kijken? Verwijst dergelijk druk gedrag enkel naar een dysfunctie van het brein, die eventueel verholpen kan worden met medicatie? Loont het om dit gedrag ook te begrijpen als het resultaat van een lange persoonlijke geschiedenis van rijpen, leren en kiezen binnen relaties? Aandacht, zelfsturing en impulsbeheersing kunnen immers gediagnosticeerd worden als processen met diverse componenten, zowel (neu-ro)biologische als psychische en relationele. De regulatie van aandacht, sensorisch aanbod, aandacht, handelen, en emoties is ook het resultaat van een levenslange interactie tussen constitutionele factoren en relationeel aanbod. Vanuit dit samenspel ontstaat een unieke persoonlijkheid. Ook het drukke en impulsieve kind is in de eerste plaats een kind met een specifieke biologische toerusting dat betekenis en affect verleent aan wat het meemaakt en aan de voortdurende interactie met zijn omgeving.

Recente research vanuit de neurobiologie laat zien dat de interactie tussen factoren in het (zich snel ontwikkelende) brein, enerzijds, en gedrag en beleving, anderzijds, veel complexer zijn dan eenvoudige oorzaak-gevolg-patronen. Langdurend longitudinaal onderzoek laat verbanden zien tussen ADHD en de hechtingsgeschiedenis. Uit recent onderzoek in Duitsland blijkt dat bij kleuters met gedrag dat voldoet aan de DSM-criteria voor ADHD ook heel andere diagnostische beelden een rol kunnen spelen. Naast kinderen met (genetisch of cerebraal bepaalde) basale regulatiestoornissen worden ook dikwijls gezien: (partiƫle) vroege emotionele verwaarlozing, posttraumatische stressstoornissen, hoogbegaafdheid, acculturatieproblemen, rouw en depressie.

In deze cursus wordt, vanuit een poging tot integratie, aandacht besteed aan auteurs die vanuit deze brede en vernieuwende perspectieven het denken hebben verrijkt. Besproken wordt welke nieuwe perspectieven dit kan bieden voor de behandeling van (zeer) jonge kinderen en de ondersteuning van de ouders en de leidsters/leerkrachten.