Klacht tegen een schoolmaatschappelijk werker over haar betrokkenheid bij het besluit van de zoon om zijn hoofdverblijfplaats te wijzigen, terwijl dit op gespannen voet stond met de wettelijke regels rond het wijzigen van de hoofdverblijfplaats.

Zaaknummer: 18.056T
Datum beslissing: 18 december 2018
Oordeel: alle klachtonderdelen gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Klagers verwijten, kort samengevat en zakelijk weergegeven, beklaagde dat zij buiten haar bevoegdheden heeft gehandeld door met de zoon mee te gaan in zijn plannen om naar moeder te verhuizen, terwijl dit op gespannen voet stond met de wettelijke regels rond het wijzigen van de hoofdverblijfplaats. Ook wil beklaagde de door haar gemaakte fouten niet erkennen en wil zij de gevolgen voor klagers hiervan niet inzien.

Het College is van oordeel dat beklaagde bevoegd was om met de zoon in gesprek te gaan. Beklaagde had echter over de vraagstelling van de zoon beperkte kennis. Het had daarom op de weg van beklaagde gelegen en op grond van de richtlijn ‘scheiding en problemen bij jeugdigen’ van haar mogen worden verwacht dat zij de juiste expertise had ingeschakeld, zicht had gekregen op relevante juridische kaders en beschikte over de aanwezige documentatie. Indien beklaagde na het verkrijgen van deze informatie tot de conclusie was gekomen dat het begeleiden van de zoon bij het wijzigen van zijn hoofdverblijfplaats buiten de grenzen van haar bevoegdheden lag, zij eerder had moeten opschalen naar passende hulpverlening. Doordat beklaagde dit heeft nagelaten en de zoon niet heeft gewezen op de beperkingen van zijn besluit valt haar dit tuchtrechtelijk te verwijten.
Voor het tweede gedeelte van de klacht, het niet erkennen van de door beklaagde gemaakte fouten en het inzien van de gevolgen, overweegt het College het volgende. Voor klagers ziet deze klacht op het tweede gesprek dat met klagers heeft plaats gevonden. Beklaagde is in dit gesprek voorbij gegaan aan de positie van klagers en het respecteren van hun opvoedingsvisie ten opzichte van de zoon. Ook heeft beklaagde tijdens dit gesprek de keuze gemaakt om het geplande overdrachtsgesprek naar het lokale team te verplaatsen ondanks dat beklaagde zich realiseerde dat deze overdracht zo spoedig mogelijk moest plaatsvinden. Het College is van oordeel dat beklaagde hier een onzorgvuldige afweging heeft gemaakt. Tot slot hebben klagers het gestelde dat beklaagde niet inziet wat de gevolgen van haar handelen zijn geweest niet nader onderbouwd. Het College kan dan ook niet vast stellen of en in hoeverre de ontstane gevolgen die klagers hebben toegelicht aan beklaagde zijn toe te rekenen. Wel staat vast dat beklaagde zorgvuldiger had moeten zijn ten tijde van haar betrokkenheid.

Door het handelen en nalaten van beklaagde ten tijde van haar betrokkenheid heeft zij naar het oordeel van het College in strijd met artikel B (bevordering deskundigheid), artikel F (informatievoorziening over de hulp- en dienstverlening), artikel D (vertrouwen in de jeugdzorg) en artikel E (respect) van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker gehandeld. Het College acht het passend om aan beklaagde de maatregel van een waarschuwing op te leggen.

lees verder

Klacht tegen een jeugdbeschermer die betrokken is geweest bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling waarbij het gegronde klachtonderdeel gaat over de wijze van communiceren over de voorwaarden voor thuisplaatsing en de manier waarop deze voorwaarden zouden worden getoetst. Artikel F (Informatievoorziening over de hulp- en dienstverlening) is geschonden.

Zaaknummer: 18.085T
Datum beslissing: 30 november 2018
Oordeel: klachtonderdelen I, II, IV, V, VI, VII, VIII en IX ongegrond; klachtonderdeel III gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Klager heeft tegen een jeugdbeschermer, die betrokken is geweest bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling, negen klachtonderdelen ingediend. In deze samenvatting wordt ingegaan op klachtonderdeel drie. Het College heeft dit klachtonderdeel gegrond verklaard. De kinderen zijn ten tijde van de ondertoezichtstelling met spoed uit huis geplaatst in een pleeggezin. Later zijn beide kinderen op verschillende momenten bij vader geplaatst. Klaagster heeft in klachtonderdeel drie gesteld dat beklaagde onzorgvuldig heeft gehandeld door geen helderheid te geven over de voorwaarden voor thuisplaatsing van de kinderen bij klaagster, alsmede op welke manier en wanneer de voorwaarden zouden worden getoetst. Beklaagde herkent zich niet in het verwijt. Klaagster heeft zowel in gesprekken met beklaagde als schriftelijk per e-mail en tijdens de vele zittingen die er zijn geweest gehoord wat er van haar verwacht werd. Het College is van oordeel dat tijdens de plaatsing van de kinderen in het pleeggezin het voldoende helder is geweest aan welke voorwaarden klaagster moest voldoen voor terugplaatsing. Vanaf het moment dat de kinderen bij vader zijn geplaatst is er onduidelijkheid ontstaan. In het dossier zijn voor het College geen aanwijzingen gevonden waaruit blijkt dat de plaatsing van de kinderen bij klaagster vanaf dat moment nog langer tot de mogelijkheden behoorde. Van beklaagde mag als jeugdprofessional worden verwacht dat zij na de plaatsing van de kinderen bij vader met klaagster opnieuw ‘helder en concreet’ communiceert over het perspectief van de kinderen. Nu beklaagde heeft nagelaten om met klaagster hierover in gesprek te gaan, acht het College dit tuchtrechtelijk verwijtbaar en in strijd met artikel F (Informatievoorziening over de hulp- en dienstverlening). Het College acht het in dit geval passend om aan beklaagde de maatregel van een waarschuwing op te leggen.

lees verder

Klacht tegen jeugdbeschermer over het niet bijdragen aan contactherstel tussen klaagster en haar dochter, het niet doen aan waarheidsvinding, de bevooroordeelde, ondeskundige opstelling van beklaagde en het niet op orde hebben van het dossier. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

Zaaknummer: 18.065T & 18.084T
Datum beslissing: 22 november 2018
Oordeel: ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster verwijt beklaagde dat hij niet heeft bijgedragen aan het contactherstel tussen haar en haar dochter. Het College overweegt dat beklaagde op 28 maart 2018 met klaagster heeft willen bespreken dat de dochter, na lange tijd, weer openstond voor contact. Klaagster heeft in de tussenliggende periode een bericht aan haar dochter verstuurd waarna deze is teruggekomen op haar besluit. Het College volgt klaagster niet in de redenering dat haar eerder verteld had moeten worden dat er een opening tot contactherstel was. De periode van dertien dagen is een redelijke termijn om klaagster te informeren zeker als de mogelijkheid tot contactherstel daardoor in een face-to-face gesprek zou kunnen worden besproken. Beklaagde heeft constructief meegewerkt aan het contactherstel door de zestienjarige dochter, die goed in staat is om haar wensen te uiten, hierin in te volgen

Volgens klaagster heeft beklaagde niet gedaan aan waarheidsvinding. Naar het oordeel van het College heeft beklaagde voldoende onderzoek gedaan naar de achterliggende oorzaken van het feit dat de dochter klaagster niet wil zien. Hoewel er een zekere onevenwichtigheid kan zijn ontstaan in de contacten tussen beklaagde en vader aan de ene kant en beklaagde en klaagster aan de andere kant, kan hieruit niet worden geconcludeerd dat beklaagde zich partijdig opstelt. Dat beklaagde ondeskundig is, is door klaagster niet onderbouwd en het College ook anderszins niet gebleken. Beklaagde heeft verder gemotiveerd dat klaagster de contactjournaals heeft gekregen voor zover de belangen van de kinderen niet zijn geschaad en dat hij hierover met klaagster heeft gecommuniceerd. Het College heeft niet kunnen vaststellen of beklaagde zich tegenover klaagster intimiderend heeft gedragen. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

lees verder

Ouders zijn in beroep gegaan nu zij van mening zijn dat het College van Toezicht ten onrechte de negen ingediende klachten heeft geclusterd tot drie onderwerpen. Daarnaast zou het College van Toezicht zich in de beslissing ten onrechte hebben uitgesproken over het gedrag van de ouders. Het College van Beroep verklaart het beroep in alle onderdelen ongegrond.

Zaaknummer: 18.004B (17.085T)
Datum beslissing: 22 november 2018
Oordeel: beroep ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Appellanten zijn de ouders van een thans meerderjarige dochter. Bij het College van Toezicht hebben de ouders negen klachten ingediend tegen de jeugd- en gezinsbeschermer die aanvankelijk in het vrijwillige kader maar na het uitspreken van de ondertoezichtstelling over de dochter, in het gedwongen kader betrokken is geweest bij het gezin.

De kern van het beroepschrift ziet erop dat het College van Toezicht ten onrechte de negen ingediende klachtonderdelen heeft geclusterd rondom drie onderwerpen en de klachtonderdelen aldus niet allen afzonderlijk heeft beoordeeld. Appellanten stellen zich op het standpunt dat belangrijke informatie en diepgang door de clustering verloren is gegaan. Het College van Beroep heeft overwogen dat het clusteren van klachtonderdelen een bevoegdheid is die toekomt aan de tuchtcolleges van SKJ. Het College van Beroep heeft geoordeeld dat nu appellanten hebben nagelaten te specificeren op welke wijze er belangrijke informatie/diepgang verloren is gegaan, er onvoldoende grond is om aan te nemen dat het College van Toezicht niet op goede gronden de klachtonderdelen geclusterd heeft behandeld.

Tot slot richt een grief zich tegen het feit dat het College van Toezicht in de bestreden beslissing een passage heeft opgenomen waarin het zich uit heeft gesproken over het gedrag van appellanten. Het College van Beroep is het in de kern met appellanten eens dat er geoordeeld dient te worden over het handelen van een beklaagde. Het College van Beroep leest in de bestreden opmerking echter een weergave van het beeld dat het College van Toezicht van de situatie heeft gekregen. Het College van Beroep volgt daarbij het standpunt van verweerder dat deze opmerking gezien moet worden in de context van het handelen van verweerder als jeugdprofessional.  

lees verder

Klacht tegen jeugdbeschermer over het niet serieus nemen van klager in zijn juridische positie als ouder, onzorgvuldig handelen, onvoldoende ondersteuning bij het aanvragen van een persoonlijkheidsonderzoek, niet professioneel handelen en negeren van de geloofsovertuiging. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

Zaaknummer: 18.067Ta
Datum beslissing: 22 november 2018
Oordeel: ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Beklaagde heeft zich naar het oordeel van het College voldoende ingespannen om klager in zijn juridische positie als ouder serieus te nemen door met hem in gesprek te gaan over zijn rol in de opvoeding en verzorging van de kinderen. De kinderen zijn door beklaagde aangemeld voor een traject bij een instelling. De medewerker van de instelling heeft het onderzoek aan een collega overgedragen die het traject heeft stopgezet omdat de methode van het traject niet geschikt zou zijn voor gezinnen met kinderen ouder dan 12 jaar. Het College is van oordeel dat beklaagde in deze situatie niet is te verwijten dat zij op het deskundige oordeel van de (eerste) medewerker is afgegaan.

Klager is van mening dat beklaagde hem onvoldoende heeft ondersteund bij het aanvragen van een persoonlijkheidsonderzoek. Het College overweegt dat het de keuze van klager is geweest om beklaagde niet te informeren over zijn aanmelding bij de organisatie waar hij zelf een onderzoek heeft laten verrichten. Beklaagde heeft geen invloed kunnen uitoefenen op de wijze waarop dit onderzoek is verricht. Het is beklaagde ook niet te verwijten dat hij het verslag van dit onderzoek heeft afgewezen, omdat het  slechts om een verslag is van een intakefase. Volgens klager heeft beklaagde niet professioneel gehandeld door de oudste zoon dreigend aan te spreken. Het past bij de opdracht van een jeugdbeschermer om bij een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing positie in te nemen door de oudste zoon te wijzen op de consequenties, de mogelijkheid van een gesloten plaatsing, als hij de gemaakte afspraken niet nakomt. Nu klager de bereikbaarheidsdienst en de politie niet heeft geïnformeerd, heeft de politie opgetreden. Dit kan beklaagde niet tuchtrechtelijk worden verweten.

Tot slot heeft klager verteld, en dit is door klager niet betwist, dat niet hij maar zijn collega met klager contact heeft gehad over het respecteren van zijn geloofsovertuiging. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

lees verder

Klacht tegen jeugdbeschermer over het niet serieus nemen van klager in zijn juridische positie als ouder, onzorgvuldig handelen, onvoldoende ondersteuning bij het aanvragen van een persoonlijkheidsonderzoek, niet professioneel handelen en negeren van de geloofsovertuiging. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

Zaaknummer: 18.067Tb
Datum beslissing: 22 november 2018
Oordeel: ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Beklaagde heeft zich naar het oordeel van het College voldoende ingespannen om klager in zijn juridische positie als ouder serieus te nemen door met hem in gesprek te gaan over zijn rol in de opvoeding en verzorging van de kinderen.

Volgens klager heeft beklaagde niet professioneel gehandeld door de oudste zoon dreigend aan te spreken. Het College is van oordeel dat het past bij de opdracht van een jeugdbeschermer om bij een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing positie in te nemen door de oudste zoon te wijzen op de consequenties, de mogelijkheid van een gesloten plaatsing, als hij de gemaakte afspraken niet nakomt. Nu klager de bereikbaarheidsdienst en de politie niet heeft geïnformeerd, heeft de politie opgetreden. Dit kan beklaagde niet tuchtrechtelijk worden verweten.

Het klachtonderdeel over het negeren van de geloofsovertuiging van klager is niet nader onderbouwd en door beklaagde gemotiveerd betwist. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.

lees verder