Klacht tegen gezinsvoogd met name betreffende het niet werken aan contactherstel tussen klager en de kinderen

Zaaknummer: 16.075T-TV
Datum beslissing: 5 januari 2018
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klager (vader, zonder gezag, van drie kinderen) heeft tegen de jeugdprofessional, die belast is geweest met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, vijf klachtonderdelen ingediend. De kinderen wonen bij de moeder. Naar aanleiding van een omgangsweekend tussen klager en de kinderen (in 2014) heeft de voor de kinderen benoemde bijzondere curator het standpunt ingenomen dat zij het in het belang van de kinderen achtte dat de omgang (tijdelijk) gestopt zou worden. Sindsdien heeft tussen klager en zijn kinderen geen omgang plaatsgevonden. Klager verwijt de gezinsvoogd dat zij sindsdien niet gewerkt heeft aan contactherstel tussen hem en de kinderen. Beklaagde zou klager structureel en bewust hebben buitengesloten. Voorts meent klager dat beklaagde zich partijdig getoond heeft en dat zij onvoldoende deskundig is. Volgens klager is beklaagde beschikkingen en wetgeving niet nagekomen en heeft zij tot slot geweigerd de moeder een schriftelijke aanwijzing te geven.

Naar het oordeel van het College heeft beklaagde voldoende aangetoond dat in de samenwerking met klager onvoldoende openingen zijn geweest om de omgang tussen klager en de kinderen, in welke vorm dan ook, te bewerkstelligen. Het College concludeert dat beklaagde binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven, mede gelet op de complexe verhoudingen binnen het gezinssysteem alsmede tussen klager en beklaagde. Inzake de andere klachtonderdelen oordeelt het College dat het gestelde onvoldoende door klager onderbouwd is. Alle klachtonderdelen worden door het College ongegrond verklaard.