Schoolmaatschappelijk werker informeert ouder veel te laat

Zaaknummer: 16.001B (15.023T)
Datum beslissing: 11 november 2016
Oordeel: gedeeltelijk ongegrond, gedeeltelijk gegrond, handhaaft beslissing CvT
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 15.023T

In hoger beroep spelen twee klachten. Moeder klaagt er over, dat zij gedurende de periode van 7 januari 2015 tot en met 27 mei 2015, waarin door het schoolmaatschappelijk werker acht gesprekken met haar 14-jarige dochter zijn gevoerd, daarvan in het geheel niet op de hoogte is gesteld. Verder houdt zij de schoolmaatschappelijk werker verantwoordelijk voor het feit dat er een onoverbrugbare verwijdering is ontstaan tussen haar en haar dochter.
Tijdens de eerste vier gesprekken was er geen enkele reden waarom een schoolmaatschappelijk werker zich naar een 14-jarige leerling toe niet duidelijk zou kunnen positioneren m.b.t. een gebruikelijk te volgen werkwijze. De schoolmaatschappelijk werker dient de leerling duidelijk te maken binnen welke grenzen zij kan optreden en het verstrekken van informatie aan de (met het gezag belaste) ouders is daarbij een randvoorwaarde. Van een noodsituatie aan de zijde van de leerling, die een andere opstelling van de schoolmaatschappelijk werker zou rechtvaardigen, was in ieder geval toen geen sprake. Beide (met gezag belaste) ouders dienden op de hoogte te worden gesteld van de betrokkenheid van de schoolmaatschappelijk werker.
Deze laatste is volgens de Beroepscode voor de jeugdzorgwerker onder F tekort geschoten in het tijdig verschaffen van relevante informatie aan de wettelijk vertegenwoordiger(s) van de dochter.
Het College is anders dan de schoolmaatschappelijk werker van oordeel, dat zij in het volgen van een juist traject is tekort geschoten, hetgeen mede ten gevolge heeft gehad dat er een (verdere) verwijdering is gekomen tussen moeder en dochter. Het gaat echter veel te ver om aan te nemen, dat zij verantwoordelijk kan worden gehouden voor de omstandigheid, dat er een grote verwijdering, laat staan een onoverbrugbare kloof is ontstaan tussen moeder en dochter.
Het beroep tegen de eerste door het CvT gegrond verklaarde klacht faalt. Het beroep tegen de tweede gegrond verklaarde klacht slaagt. Het feit, dat de schoolmaatschappelijk werker m.b.t. de eerste klacht ook met terugwerkende kracht van oordeel is gebleven, dat haar geen enkel verwijt kan worden gemaakt, leidt ertoe dat het College de door het CvT opgelegde waarschuwing handhaaft.