Beklaagde heeft niet gecontroleerd of en op welke wijze moeder klager heeft geïnformeerd over een ernstig incident dat zich heeft voorgedaan met een van zijn kinderen. Nu beklaagde zijn afwegingen inzichtelijk heeft gemaakt en tijdens de mondelinge behandeling heeft gereflecteerd op zijn handelen, zal het College geen maatregel opleggen.

Zaaknummer: 16.137Tb
Datum beslissing: 4 augustus 2017
Oordeel: deels gegrond, deels ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 17.029Bb.

De drie kinderen van klager wonen sinds de scheiding bij hun moeder. In september 2011 zijn deze kinderen onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is sindsdien telkens verlengd. Sinds juni 2016 is het gezamenlijk gezag voor een periode van een jaar geschorst. Moeder is gedurende deze periode belast met het eenhoofdig gezag. Ook is er op dat moment een begeleide voorlopige omgangsregeling vastgesteld met vader. Tijdens één van deze begeleide omgangsmomenten is één van de kinderen weggelopen. Klager heeft vervolgens te kennen gegeven dat hij niet meer bij de begeleide omgangsmomenten aanwezig zal zijn. In januari 2016 is door de GI aangifte gedaan jegens klager wegens het bedreigen van een medewerker. De aangifte is geseponeerd. Beklaagde is sinds maart 2016 met een collega belast met de uitvoering van de ondertoezichtstelling.

Klacht

Kort samengevat verwijt klager beklaagde dat hij tot drie keer toe geweigerd heeft de beschikking van juni 2016 na te leven. Ten tweede heeft beklaagde tegen de wens van klager in de kinderen belast met gesprekken over de omgang tussen klager en de kinderen en hen uitspraken ontlokt om zo de omgang te frustreren. Ten derde heeft beklaagde geweigerd aanwezig te zijn bij de crematie van zijn vader. Ten vierde heeft beklaagde ondanks het herhaalde verzoek van klager veel te laat gereageerd op het verzoek van klager om zijn netwerk tijdens de omgang aanwezig te laten zijn. Ten vijfde heeft beklaagde in zijn verweer genoemd dat klager een voormalige gezinsvoogd van de GI heeft bedreigd zonder daarbij te vermelden dat de kwestie door het OM is geseponeerd. Ten zesde heeft beklaagde onjuiste informatie over klager aan de Raad verstrekt. Tot slot heeft beklaagde klager niet geïnformeerd over een incident met één van de kinderen in oktober 2016.

Beslissing

Het College acht de eerste zes klachtonderdelen ongegrond. Bij deze klachtonderdelen heeft beklaagde volgens het College niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Het zevende klachtonderdeel is gegrond verklaard. Klager verwijt beklaagde dat hij niet is geïnformeerd over een incident met één van de kinderen. Beklaagde heeft uiteengezet dat hij met moeder heeft afgesproken dat zij in het kader van de schorsing van het gezag van klager, klager informatie verstrekt over de kinderen. Van een jeugdzorgwerker mag worden verwacht dat hij in dit geval, gelet op de verhoudingen tussen klager en moeder en de aard van het incident,  controleert of en op welke wijze de informatie van moeder bij klager is terecht gekomen. Klager heeft dit achterwege gelaten en daarom is de klacht gegrond. Hiermee is de informatieplicht door beklaagde geschonden. Nu beklaagde zijn afwegingen inzichtelijk heeft gemaakt tijdens mondelinge behandeling en heeft gereflecteerd op zijn handelen, zal het College aan beklaagde geen maatregel opleggen.