Beklaagde had erop moeten wijzen dat het voornemen van zijn cliënt in strijd was met de geldende wettelijke kaders en hij had een andere formulering moeten gebruiken om klager te typeren. De klachten worden gegrond verklaard. Artikel E en M van de Beroepscode zijn geschonden.

Zaaknummer: 18.032T
Datum beslissing: 13 augustus 2018
Oordeel: alle klachtonderdelen gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Beklaagde heeft na het beëindigen van het hulpverleningstraject een eindverslag opgesteld en geadviseerd een verzoek tot ondertoezichtstelling in te dienen. Volgens klager is hij op een subjectieve wijze door beklaagde in het eindverslag neergezet. Het College oordeelt dat de beklaagde een andere formulering had moeten gebruiken, of moeten uitleggen waarom hij klager op deze wijze heeft getypeerd. Dit handelen van beklaagde brengt een schending van artikel M van de Beroepscode met zich mee.

Voorts verwijt klager de beklaagde dat hij moeder geadviseerd heeft om de kinderen bij de grootouders onder te brengen. Naar het oordeel van het College had beklaagde zich bewust moeten zijn van de geldende wettelijke kaders en moeder op de hoogte moeten stellen van het feit dat zij de kinderen niet zonder toestemming van klager naar de grootouders had mogen brengen. Door dit na te laten heeft beklaagde artikel E van de beroepscode geschonden.

Het College acht het handelen met betrekking tot de formulering in het eindverslag verwijtbaar. Het wordt beklaagde ook aangerekend dat hij heeft nagelaten de moeder erop te wijzen dat zij in strijd handelde met de wettelijke kaders door de kinderen naar de grootouders te brengen. Ondanks dat beklaagde heeft gereflecteerd op zijn handelen, acht het College de maatregel van een waarschuwing passend en geboden.