Beklaagde is onvolledig geweest in haar verslaglegging, de maatregel van waarschuwing wordt opgelegd

Zaaknummer: 16.098T
Datum beslissing: 4 mei 2017
Oordeel: Klachtonderdelen I, IV en V ongegrond, klachtonderdeel II niet-ontvankelijk, klachtonderdeel III deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond, klachtonderdeel VI gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster en haar partner zijn sinds 2009 pleegouders van de jeugdige. In juni 2015 hebben klaagster en beklaagde tijdens een uitvoerdersoverleg kennis gemaakt. In augustus 2015 heeft de pleegzorgwerker te kennen gegeven dat de samenwerking met de pleegouders niet goed is. Eind september 2015 heeft de gecertificeerde instelling (hierna: GI) de pleegzorgovereenkomst beëindigd met klaagster en haar partner. Sinds januari 2016 is de pleegzorgbegeleiding overgedragen aan een andere GI.

Klacht

Klaagster verwijt beklaagde niet te hebben gehandeld in het belang van de jeugdige en is tekortgeschoten in het inzetten van de hulpverlening. Ten tweede heeft beklaagde niet naar klaagster geluisterd en heeft zij zich partijdig en passief opgesteld. Ten derde is beklaagde onvoldoende open en transparant geweest. Ten vierde heeft beklaagde onjuiste informatie verstrekt over de pleegzorgvergoeding. Ten vijfde heeft beklaagde geweigerd de regie over de dragen aan een andere GI. Tot slot is de verslaglegging van beklaagde onvoldoende.

Beslissing

Het College heeft vastgesteld dat beklaagde als startende jeugdprofessional deze zaak van een collega heeft overgenomen. Zij was op dat moment nog niet geregistreerd en is begonnen met een koude overdracht. Klachtonderdeel één is ongegrond nu beklaagde zich volgens het College voldoende heeft ingespannen. Klaagster is niet-ontvankelijk ten aanzien van klachtonderdeel twee en deels ten aanzien van klachtonderdeel drie nu de gewraakte handelingen zich hebben afgespeeld voor de registratiedatum van beklaagde. Het derde klachtonderdeel is voor het overige ongegrond verklaard omdat het College geen aanknopingspunten in het dossier heeft gevonden die de stelling van klaagster ondersteunen. Het vierde klachtonderdeel is eveneens ongegrond. Het College is niet gebleken waarom beklaagde tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld slechts omdat zij informatie heeft gegeven over een pleegzorgvergoeding. Het vijfde klachtonderdeel is ook ongegrond. Volgens het College heeft beklaagde haar beslissing gewogen met voldoende valide argumenten. Dat klaagster het niet eens is met de argumentatie van beklaagde betekent niet dat beklaagde tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Het laatste klachtonderdeel verklaart het College gegrond. Het College is van oordeel dat beklaagde onvolledig is geweest in haar verslaglegging nu zij heeft nagelaten een veiligheidsplan op te stellen naar aanleiding van de zorgen. Beklaagde heeft tijdens de mondelinge behandeling te kennen gegeven dat zij als startende jeugdprofessional in deze zaak zoekende was naar haar rol en positie. Terugkijkend zou beklaagde het anders hebben gedaan. Gezien de mate van ervarenheid, de koude overdracht, de complexiteit van de zaak en het reflecteren van beklaagde, is het College van oordeel dat kan worden volstaan met het opleggen van een waarschuwing.