Beklaagde heeft in lijn met de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker gehandeld.

Zaaknummer: 16.104Tb
Datum beslissing: 23 mei 2017
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Vader klaagt over handelen jeugdbeschermer. Het College van Toezicht (CvT) heeft in overweging genomen dat de jeugdbeschermer heeft moeten functioneren in een situatie waarbij er sprake was van een gecompliceerde echtscheiding, hetgeen een nadelige invloed heeft gehad op de drie kinderen. Beklaagde heeft de klachtonderdelen weersproken.

Klacht

Klager verwijt beklaagde – kort weergeven – het volgende. Beklaagde negeerde de psychische gesteldheid van moeder en onderwerpt de kinderen hieraan. Beklaagde heeft het gedrag van moeder niet aangepakt waardoor de kinderen in een loyaliteitsconflict terecht zijn gekomen. Beklaagde heeft een van de kinderen onterecht in een gezinshuis geplaatst. Beklaagde heeft laks gehandeld tijdens de uithuisplaatsing van de zoon. Beklaagde heeft ernstig verwijtbaar en nalatig gehandeld nu zij geen prioriteit heeft gegeven aan 2 van de andere kinderen. Beklaagde is nalatig geweest door klager niet te informeren over waarom er bepaalde schoolkeuzes zijn gemaakt. Beklaagde heeft geen prioriteit gegeven aan het wettelijk verplichte ouderschapsplan. Tot slot verwijt klager dat beklaagde onzorgvuldig en onverantwoord gehandeld heeft door onder andere een verkeerde diagnoses op te nemen in stukken en deze te laten bekrachtigen door de rechtbank.

 

Beslissing

Het CvT beoordeelt de klachten vanuit het oogpunt dat beklaagde heeft moeten functioneren in een situatie waarbij er sprake was van een gecompliceerde echtscheiding. Het CvT overweegt – onder andere – dat beklaagde het belang van de kinderen steeds centraal heeft gesteld en heeft getracht om de problematiek tussen ouders door hunzelf te laten oplossen en hierbij gewezen op de nadelige invloed van hun strijd op de kinderen. Bij geen van de klachtonderdelen is gebleken dat beklaagde buiten de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is getreden. Het CvT komt daarom tot de slotsom dat beklaagde in lijn met de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker heeft gehandeld en dat beklaagde geen enkel tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.