Beklaagde heeft in lijn met de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker gehandeld

Zaaknummer: 16.105Tb
Datum beslissing: 15 juni 2017
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster was de pleegmoeder van de jeugdige. In eerste instantie is de jeugdige vanwege een zeer bedreigende thuissituatie op basis van een crisisplaatsing bij klaagster geplaatst. Later is dit overgegaan in een reguliere plaatsing. Beklaagde is als pleegzorgwerkster betrokken bij het gezin. In mei 2016 heeft beklaagde een zorgmelding over de jeugdige ontvangen. De dag erop hebben beklaagde en de gezinsvoogd een gesprek gehad met de zorgmelder. Vervolgens zijn beklaagde en de gezinsvoogd bij klaagster langsgegaan om de zorgmelding te bespreken. De gezinsvoogd heeft  dezelfde dag besloten dat de jeugdige niet langer bij klaagster kon wonen. De jeugdige is ondergebracht in een ander pleeggezin. Twee weken later heeft een gesprek plaatsgevonden met klaagster waarbij besloten is om de samenwerking met klaagster als pleegouder te beëindigen.

Klacht

Kort samengevat verwijt klaagster beklaagde dat zij niet serieus genomen is en zijn haar opmerkingen door beklaagde verdraaid. Ten tweede heeft beklaagde de bezoekregelingen niet goed begeleid, terwijl zij zag dat de jeugdige hierdoor gespannen was. Ten derde heeft beklaagde niet aan klaagster gevraagd waarop zij zich baseerde als zij problemen aangaf. Ten vierde heeft beklaagde de jeugdige en haar biologische moeder als ‘dom’ bestempeld. Ten vijfde weet beklaagde niet wie de jeugdige echt is, omdat beklaagde nauwelijks bij klaagster en de jeugdige thuis is geweest. Tijdens de bezoekregelingen is een heel andere jeugdige te zien, dan thuis. Tot slot heeft beklaagde bij problemen nooit meegedraaid in het gezin van klaagster om zo een goed inzicht te krijgen.

Beslissing

Alle klachtonderdelen zijn ongegrond, nu uit het dossier en tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat, er regelmatig contact is geweest met beklaagde en dat ook de bezoekregeling uitgebreid met klaagster is besproken. Het College is van oordeel dat deze frequentie van contact voldoende is en dat niet is gebleken dat beklaagde klaagster niet serieus zou hebben genomen. Evenmin is gebleken dat beklaagde opmerkingen van klaagster zou hebben verdraaid. Het College is niet gebleken dat beklaagde de bezoekregelingen niet goed heeft begeleid.. Anders dan gesteld, komt uit het verweer van beklaagde aantoonbaar naar voren dat zij telkenmale uitvoerig heeft doorgevraagd indien onderwerpen haar niet direct duidelijk waren.. Niet gebleken is dat beklaagde de jeugdige en haar biologische moeder als ‘dom’ zou hebben bestempeld. Uit het dossier blijkt van  voldoende contact-momenten zodat  beklaagde voldoende inzicht had over de persoon van de jeugdige. Ten slotte is het College van oordeel dat beklaagde terecht heeft opgemerkt dat het niet haar taak is al pleegzorgwerkster om in het gezin van klaagster mee te draaien.