Beklaagde had niet zonder toestemming van klaagster contact mogen leggen met school. Ook had beklaagde moeten weigeren aanwezig te zijn bij een gesprek van klaagster met de GGZ in verband met de privacy van klaagster.

Zaaknummer: 16.148T
Datum beslissing: 4 augustus 2017
Oordeel: deels gegrond, deels ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Beklaagde is werkzaam als jeugdbeschermer bij de GI en sinds augustus 2014 betrokken bij de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van kind 1. Sinds juni 2016 is beklaagde belast met de ondertoezichtstelling van kind 2 en kind 3. Inmiddels is een andere gezinsvoogd bij het gezin van klaagster betrokken. Kind 2 en kind 3 zijn door beklaagde in februari en maart 2016 aangemeld bij Veilig Thuis nadat de ex-partner van klaagster huiselijk geweld heeft gepleegd jegens klaagster in haar eigen huis. In maart 2016 heeft een Jeugdbeschermingstafel plaats gevonden. De vastgestelde afspraken daar zijn ondertekend door klaagster, beklaagde en de voorzitter. Eén van die afspraken is dat klaagster zich aanmeldt bij de GGZ voor een diagnostisch onderzoek.

Klacht

Kort samengevat verwijt klaagster beklaagde dat zij onacceptabele uitlatingen heeft gedaan over klaagster. Ten tweede heeft zij in strijd met de vertrouwelijkheid gehandeld door zonder toestemming van klaagster aan school informatie over de kinderen op te vragen. Ten derde heeft beklaagde de privacy van klaagster geschonden door bij elk gesprek aanwezig te zijn. Ten vierde heeft beklaagde zich niet onafhankelijk opgesteld. Ten vijfde heeft beklaagde gehandeld in strijd met de goede procesorde door informatie aan de rechtbank te verstrekken zonder klaagster op de hoogte te brengen. Ten zesde is door de gebeurtenis uit klachtonderdeel vijf de relatie duurzaam ontwricht. Ten zevende heeft beklaagde geweigerd zich terug te trekken na het verzoek van klaagster om een nieuwe gezinsvoogd. Tot slot heeft beklaagde, ondanks de klacht die is ingediend bij de Klachtencommissie, in november 2016 beledigende opmerkingen jegens klaagster gemaakt.

Beslissing

Het College acht de klachtonderdelen één, vier, vijf, zes en zeven (deels) ongegrond. Klachtonderdeel twee is door het College gegrond verklaard. Volgens het College heeft beklaagde contact opgenomen met school zonder zich te realiseren dat het al een jaar geleden was, dat zij voor het laatst contact heeft gehad met school. Beklaagde had op dat moment aan klaagster om toestemming moeten vragen. Ten aanzien van het derde, deels door het College gegrond verklaarde, klachtonderdeel is het College van oordeel dat van beklaagde als jeugdprofessional verwacht mag worden dat zij het voorstel van de voorzitter van de Jeugdbeschermingstafel om bij de GGZ behandeling van klaagster aanwezig te zijn, had moeten afwijzen. Zij had hierbij moeten inzien dat haar aanwezigheid een schending van de privacy van klaagster is. Nu beklaagde in de betreffende procedure reflecterend heeft opgetreden ziet het College geen aanleiding om een maatregel op te leggen.