Beklaagde heeft zorgvuldig gehandeld.

Zaaknummer: 16.085Tb
Datum beslissing: 17 augustus 2017
Oordeel: Alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Beklaagde is samen met haar collega betrokken bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling van de zoon van klaagster. Zij treden gezamenlijk op. Naar aanleiding van een zorgmelding in mei 2014 en later in april 2015 is de Raad gestart met een onderzoek naar de noodzaak van een kinderbeschermingsmaatregel. In juni 2015 is de rechtbank geadviseerd een ondertoezichtstelling uit te spreken. Vervolgens is in juli 2015 de Raad een onderzoek gestart naar de hoofdverblijfplaats van de jeugdige. In maart 2016 heeft de Raad geadviseerd de hoofdverblijfplaats bij vader vast te stellen in plaats van bij klaagster. Dezelfde dag nadat het adviesgesprek met de Raad, klaagster en beklaagde heeft plaatsgevonden, is een verzoek spoedmachtiging uithuisplaatsing ingediend en verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling. In augustus is bij beschikking van de rechtbank de hoofdverblijfplaats van de zoon bij vader bekrachtigd en is een zorgregeling tussen klaagster en de zoon vastgesteld onder regie van de GI.

Klacht

Kort samengevat verwijt klaagster beklaagde dat zij niet transparant heeft gehandeld nu vader een samenwerkingsverband heeft met de GI. Klaagster heeft hierdoor geen vertrouwen gehad in het handelen van beklaagde. Ten tweede heeft beklaagde onvoldoende gehandeld in het belang van de jeugdige. Hierdoor is zijn veiligheid niet gewaarborgd. Ten derde heeft beklaagde omgang tussen klaagster en de jeugdige niet gerealiseerd. Ten vierde heeft beklaagde volgens klaagster niet voldaan aan haar informatieplicht. Ten vijfde heeft beklaagde nagelaten actie te ondernemen ten aanzien van de gedane zorgmeldingen door klaagster. Ten zesde heeft beklaagde nagelaten het protocol met betrekking tot een uithuisplaatsing te volgen. Ten zevende heeft beklaagde geen begeleiding voor de jeugdige en klaagster ingezet. Tot slot heeft beklaagde nagelaten haar contactjournaals bij te werken.

Beslissing

Alle acht de klachtonderdelen zijn door het College ongegrond verklaard. Nu beklaagde desgevraagd naar voren heeft gebracht dat zij niet met vader als professional in een zaak heeft samen gewerkt, kan dit niet tot de conclusie leiden dat zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel overweegt het College dat beklaagde inzicht heeft gegeven in haar overwegingen. Hoewel het begrijpelijk is dat klaagster overmand werd door emoties nadat zij het advies van de Raad te horen kreeg, heeft beklaagde in de bovengenoemde omstandigheden zorgvuldig gehandeld.
Het tweede klachtonderdeel is ongegrond.
Het derde klachtonderdeel is eveneens ongegrond. Beklaagde heeft zich ingespannen om de omgang tussen klaagster en haar zoon tot stand te brengen.
Het vierde klachtonderdeel is ongegrond nu beklaagde gemotiveerd heeft toegelicht dat de GI geen schriftelijke aanwijzing heeft gegeven nu vader kleine vorderingen had gemaakt.
Ten aanzien van het vijfde klachtonderdeel is het College gebleken dat beklaagde actie heeft ondernomen. Klaagster heeft klachtonderdelen zes en zeven niet nader onderbouwd.
Tot slot is het College met beklaagde van oordeel dat klaagster de mogelijkheid heeft om een nieuw verzoek tot dossierinzage in te dienen als zij ook inzicht wenst in de contactjournaals die zijn aangemaakt na de datum van haar aanvraag.