Betrokken jeugdprofessional doet een particuliere melding die samenhangt met het gezin waar zij zelf bij is betrokken

Zaaknummer: 16.007T
Datum beslissing: 21 november 2016
Oordeel: klachtonderdelen I en IV ongegrond klachtonderdelen II en III gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: Zaaknummer 17.002B

Klacht

Klaagster verwijt beklaagde op 17 april 2014 melding te hebben gedaan bij het AMK te Y. op particuliere grond. Zij heeft hierbij wel vermeld dat zij zelf AMK-onderzoeker is. Tevens verwijt klaagster beklaagde onprofessioneel handelen. Op basis van geruchten gekregen via haar zwager, de vader van de kinderen, heeft beklaagde deze op schrift gesteld ter onderbouwing van de melding. Op basis hiervan heeft beklaagde de hulpverleningsinstantie onjuist geïnformeerd. Voorts heeft beklaagde geen overleg gevoerd met klaagster of het kind. Evenmin heeft zij hen geïnformeerd over de melding. Tot slot heeft beklaagde niet oplossingsgericht gehandeld en zelf niets gedaan voor het kind.

Beslissing

Het CvT oordeelt dat klachtonderdeel I en IV ongegrond zijn en klachtonderdeel II en III gegrond zijn. Klaagster wordt ontvankelijk verklaard nu het particulieren handen niet los kan worden gezien van de complete handelswijze van beklaagde. Het feitencomplex is verweven met de beroepswerkzaamheden. Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel oordeelt het CvT dat het enkel doen van een melding haar niet tuchtrechtelijk kan worden verweten. Wat betreft de verdere gang van zaken omtrent klachtonderdeel II en III oordeelt het CvT dat van de jeugdprofessional zorgvuldigheid mag worden verwacht. Uit de stukken is niet gebleken hoe beklaagde de signalen van vader heeft geobjectiveerd en of zij rekening heeft gehouden met de complexe relatie. Vervolgens is niet gebleken dat beklaagde haar afweging om te melden heeft voorgelegd aan een collega. Beklaagde blijft volgens het CvT zelf verantwoordelijk voor haar professionele handelen. Beklaagde had, alvorens de melding te doen, klaagster en het kind daarover moeten informeren. Door het niet informeren van klaagster, is klaagster de mogelijkheid ontnomen om de feiten van de andere kant te belichten. Er is sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen waarbij het CvT een waarschuwing als passende maatregel acht. Het is enerzijds begrijpelijk dat beklaagde als aangetrouwd familielid van vader heeft besloten in actie te komen, maar anderzijds heeft beklaagde bij uitvoering van haar actie niet gehandeld zoals van een jeugdprofessional verwacht mag worden.