De consulent jeugd heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zonder zelf een nader onderzoek te doen, en zonder een gesprek daarover met de ouders een verzoek tot onderzoek te doen bij de jeugdbeschermingstafel.

Zaaknummer: 16.130T
Datum beslissing: 18 mei 2017
Oordeel: klachtonderdeel I gegrond, overige klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: voorwaardelijke schorsing

Download de volledige beslissing in pdf

Klagers zijn ouders van een zoon, geboren in 2010. Begin 2015 hebben ouders contact opgenomen met de schoolarts over de hoogbegaafdheid van de zoon. Er wordt door school een deskundige ingezet. In mei 2015 komen klagers in contact met het sociaal team en maken zij kennis met beklaagde, consulent jeugd. Na een incident op school raadt beklaagde ouders ambulante spoedhulp aan. In december komen er twee medewerkers de thuissituatie beoordelen. Zij komen vijf keer langs. Twee weken later beëindigen de ouders de samenwerking met de ambulante spoedhulp. Beklaagde is niet bij dat gesprek aanwezig. Op 22 december 2015 meldt beklaagde op basis van de eindrapportage van de ambulante spoedhulp dat de gemeente voornemens is een melding te doen van kindermishandeling en verwaarlozing van beide kinderen bij de jeugdbeschermingstafel (verder: jbt). Zowel de hoogbegaafdheiddeskundige als de interne begeleider van school hebben de rapportage weerlegd. Op 28 december 2015 vindt de bijeenkomst plaats bij de jbt. Eind maart besluit de voorzitter van de jbt de volgende bijeenkomst voor april te annuleren en het dossier te vernietigen.

Klacht

De ouders verwijten beklaagde dat zij zonder nader onderzoek, zonder een gesprek met de ouders en derhalve zonder een zorgvuldige afweging is overgegaan tot een verzoek tot onderzoek bij de jbt.

Beslissing

Voor zover de gemeente geen protocol ‘melding kindermishandeling’ heeft gaat het College uit van de meldcode ‘basismodel huiselijk geweld en kindermishandeling’(verder: meldcode), zoals opgesteld door de overheid.

Stap 1 meldcode – ‘In kaart brengen van signalen’: beklaagde is er ten onrechte van uitgegaan dat dat slechts betreft het opschrijven van hetgeen aan haar is gemeld door de ambulante spoedhulp. Beklaagde dient daar echter zelf nader onderzoek naar te doen.
Stap 2 meldcode – ‘Overleggen met een collega en eventueel raadplegen van Veilig Thuis’: daaraan heeft beklaagde voldaan door te overleggen met Veilig Thuis en het adviesteam van de Raad.
Stap 3 meldcode – ‘Gesprek met betrokkenen’: beklaagde is van de verkeerde veronderstelling uitgegaan dat het gesprek met de ouders door anderen gevoerd kan worden. Zo’n gesprek mag niet aan derden worden uitbesteed maar diende door beklaagde zelf gevoerd te worden.
Stap 4 meldcode – ‘Wegen van huiselijk geweld of kindermishandeling, en bij twijfel Veilig Thuis raadplegen ’ en stap 5 meldcode – ‘Beslissen over zelf hulp organiseren of melden’: beklaagde heeft melding gedaan bij de jbt zonder zelf vooraf een zorgvuldig onderzoek in te stellen. Ten onrechte is beklaagde ervan uitgegaan dat de weging om antwoord te krijgen op de vraag of zij als professional en verzoek tot onderzoek kan doen bij de jbt gezamenlijk wordt genomen. Het is altijd de eindverantwoordelijkheid van de professional om naar aanleiding van een gezamenlijk overleg te komen tot een beslissing. Een professional kan en mag zich dan niet verschuilen achter derden.

Gezien de ernst van feiten, en het verwijtbare handelen, legt het College beklaagde een voorwaardelijk schorsing op. Beklaagde heeft bovendien onvoldoende reflectie getoond op haar handelen.