De gezinsmanager had klaagster beter wel een toestemmingsverklaring moeten laten tekenen en de samenvatting en conclusie uit het Raadsrapport aan klaagster moeten sturen, maar nu de samenvatting en conclusie met klaagster zijn overlegd en zij de kans heeft gekregen commentaar te leveren, heeft beklaagde niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

Zaaknummer: 16.110T
Datum beslissing: 29 juni 2017
Oordeel: deels gegrond, deels ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster is moeder van twee kinderen, geboren in 2008 en 2010. De ouders zijn sinds 2011 uit elkaar. Klaagster heeft het éénhoofdige gezag, de kinderen wonen bij haar en zien de vader een weekend in de twee weken. In 2014 is er door het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) een onderzoek bij het gezin uitgevoerd, als gevolg van een melding van klaagster over mogelijk seksueel misbruik door vader. AMK adviseert om een gezinsmanager toe te wijzen. Beklaagde is vanaf 19 juni 2014 tot juni 2015 de gezinsmanager. Er is sprake van een gespannen relatie tussen ouders en er volgen vele vormen van hulpverlening. Beide ouders mailen met zorgen over de kinderen. Op 30 juni 2015 kondigt beklaagde een verzoek tot onderzoek aan, omdat hulpverlening niet tot verbetering leidt. Op 27 juli 2015 doet beklaagde dat verzoek aan de Raad voor de Kinderbescherming. In juli 2015 is klaagster met haar kinderen verhuisd naar België en wordt het onderzoek gestaakt. In oktober 2016 heeft de Klachtencommissie van de GI uitspraak gedaan over de klacht van klaagster over beklaagde.

Klacht

Er is geen getekende toestemmingsverklaring voor overleg met derden, en er is sprake van machtsmisbruik. In de rapportages staan onjuistheden en klaagster heeft daar geen wijzigingen in aan mogen brengen waardoor er over haar kinderen een verkeerde diagnose is gesteld. Zorgen van klaagster over de omgang van de kinderen met vader zijn niet serieus genomen. En tot slot heeft klaagster geen mogelijkheid gehad om commentaar te leveren op de samenvatting en de conclusie van het rapport dat is opgemaakt voor de Raad. De laatste versie is niet aan klaagster voorgelegd.

Beslissing

Beklaagde heeft primair verzocht alle klachtonderdelen niet-ontvankelijk te verklaren nu deze reeds beoordeeld zijn door de Klachtencommissie. Het College overweegt dat enkel onder bijzondere omstandigheden, het gegeven dat in een eerdere klachtenprocedure een gelijkluidende klacht is beoordeeld, aan de ontvankelijkheid van de klacht in de weg kan staan.
Het College is van oordeel dat het beter was geweest wanneer beklaagde klaagster een toestemmingsformulier had laten tekenen, juist om problemen over die toestemming te voorkomen. Beklaagde is hiermee echter niet buiten haar grenzen getreden nu zij dit wel heeft besproken met klaagster. Voorts heeft beklaagde geen misbruik gemaakt van haar gezag door zich bij een (verzet) gesprek te voegen, waar zij zoals afgesproken bij aanwezig zou zijn. Dat er in de rapportages onjuistheden zouden staan, is door klaagster niet onderbouwd. Beklaagde heeft genoegzaam aangetoond dat zij met de zorgen van klaagster over de veiligheid van de kinderen aan de slag is gegaan. Zij heeft Mentrum ingeschakeld en met haar team overlegd. Tot slot is het College van oordeel dat de samenvatting en de conclusie in het rapport ten behoeve van de Raad aan klaagster gestuurd hadden moeten worden. Nu beklaagde dit wel met klaagster heeft besproken tijdens het uitvoerdersoverleg en klaagster de mogelijkheid heeft gehad commentaar te geven, ziet het College geen reden om een maatregel op te leggen.