De gezinsmanager heeft niet onder alle omstandigheden de regie in eigen hand gehouden en heeft daardoor onvoldoende gehandeld in belang van de kinderen

Zaaknummer: 16.033Ta
Datum beslissing: 24 januari 2017
Oordeel: klachtonderdelen A, C, F, G en H ongegrond klachtonderdelen B, D en E gegrond
Maatregel: berisping

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 17.010B

Klacht

Klager verwijt beklaagde dat deze ten onrechte heeft vastgesteld dat er sprake is geweest van een traumatische ervaring. Ten tweede verwijt klager beklaagde dat na een incident de hulpverlening en communicatie is verslechterd. Ten derde wordt beklaagde verweten dat zij slechts twee keer informatie heeft opgevraagd bij de behandelaren van klager. Ten vierde wordt beklaagde verweten dat er sprake is van foutieve rapportage bij de aanmelding bij JBRA. Ten vijfde heeft geen enkele aanmelding geleid tot behandeling van de kinderen die ze als gevolg van de traumatische ervaring nodig zouden hebben. Ten zesde heeft beklaagde geen actie ondernomen met betrekking tot de zorg voor begeleide omgang tussen klager en zijn kinderen. Ten zevende heeft beklaagde klager ten onrechte niet op de hoogte gesteld van haar zwangerschap. Tot slot wordt beklaagde verweten dat er nooit antwoord is gegeven op de vraag of het verhuren van de woning door moeder een veiligheidsrisico voor de kinderen teweeg brengt.

Beslissing

Het CvT verklaart de klacht voor de onderdelen 2, 4 en 5 gegrond, en voor het overige ongegrond. Het CvT oordeelt dat beklaagde niet voldoende heeft bijgedragen aan het herstel tussen de ouders en daarmee ook niet bijgedragen aan het belang van de kinderen. Daarom is door beklaagde in strijd met artikel D en G van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker gehandeld. Gezien de ernst van de gevolgen ervan acht het College de maatregel van een berisping op zijn plaats.