Gezinsmanager wordt door klager verweten de privacy te hebben geschonden en niet mee te hebben gewerkt aan de juiste procesvoering bij de rechtbank en het aanvragen van financiering bij de gemeente

Zaaknummer: 16.033Tc
Datum beslissing: 24 januari 2017
Oordeel: klachtonderdelen A, B, D, E, F, G, H, I en J ongegrond klachtonderdeel C niet-ontvankelijk
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klacht

Klager verwijt beklaagde dat er sprake is geweest van belemmering van de rechtsgang door de rechtbank van valse informatie te voorzien. Voorts zou er sprake zijn geweest van schending van de privacy en het imago van de cliënt en schending van de privacy van de hulpverlener van cliënt. Daarnaast verwijt klager beklaagde niet onafhankelijk te hebben gehandeld, het vertrouwen en imago van JBRA te hebben geschaad en mee te hebben gedaan aan het onthouden van medische hulp aan minderjarige kinderen met een trauma. Tot slot wordt beklaagde verweten dat zij informatie en gegevens heeft achterhouden en zonder machtiging een financiering heeft aangevraagd voor de kosten van het omgangshuis.

Beslissing

Het CvT beslist dat de klager voor het klachtonderdeel omtrent de schending van de privacy van diens hulplener niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Omdat klager niet bevoegd is om namens een hulpverlener een klacht in te dienen zonder machtiging daartoe. De overige klachtonderdelen verklaart het CvT ongegrond. Met betrekking tot het eerste klachtonderdeel, waarbij beklaagde verweten wordt het conceptplan voor contactopbouw niet te hebben overhandigd, oordeelt het CvT dat het om een conceptplan gaat waarbij nog aan de haalbaarheid moest worden getoetst en dit niet als vaststaand feit mocht worden gezien. Wat betreft de privacy van de hulpverlener kan klager zonder machtiging niet optreden waardoor hij niet-ontvankelijk is. Omtrent de financiering die beklaagde zonder machtiging in gang zou hebben gezet is het CvT van mening dat beklaagde niet onheus heeft gehandeld. Zodra beklaagde te horen kreeg dat de ene gemeente bereid was de kosten te dragen van het omgangshuis, heeft zij de andere gemeente daarvan in kennis gesteld. Daardoor is de klacht ongegrond verklaard. De overige klachtonderdelen zijn wegens onvoldoende concretisering niet vast komen te staan.