De gezinsvoogd heeft conform de professionele standaard gehandeld maar zou een dilemma wel moeten vastleggen in een rapportage, en had aan de moeder met gezag toestemming moeten vragen voor een vakantie van de dochter met het pleeggezin. Het College legt, gezien de omstandigheden, geen maatregel op.

Zaaknummer: 16.157T
Datum beslissing: 10 augustus 2017
Oordeel: klachtonderdelen I, II, III deel 2, IV, VII en VIII ongegrond, klachtonderdeel III, deel 1 gegrond Klager niet-ontvankelijk in klachtonderdeel V
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster is moeder van een dochter. In 2011, toen de dochter één jaar was, is een ondertoezichtstelling uitgesproken, en twee maanden later is de dochter uit huis geplaatst. Vanaf 2012 is de dochter ondergebracht in een perspectief biedend pleeggezin. In 2013 heeft de GI een onderzoek aangevraagd bij de Raad voor de Kinderbescherming naar een verderstrekkende maatregel. De Raad adviseert in 2014 dat de ondertoezichtstelling op dat moment de geëigende maatregel is. In de loop van 2014 stuurt de GI aan op thuisplaatsing. De bezoekregeling tussen moeder en dochter wordt uitgebreid. De Raad is echter niet akkoord met thuisplaatsing en verzoekt verlenging van de uithuisplaatsing. Zowel de ondertoezichtstelling als de uithuisplaatsing worden verlengd, uiteindelijk tot januari 2017. In januari 2016 treedt beklaagde aan als zevende gezinsvoogd. Er wordt psychodiagnostisch onderzoek verricht naar de dochter, met vragen over de hechting. De omgang wordt steeds verder teruggebracht. Beklaagde verzoekt om een gezagsbeëindigende maatregel en op 4 januari 2017 wordt het ouderlijk gezag van moeder beëindigd.

Klacht

Klaagster verwijt beklaagde geen oog gehad te hebben voor de hechting van de dochter. Beklaagde is vooringenomen en niet integer geweest omdat zij het pleeggezin van dochter al kende en voorts voordat zij aantrad als gezinsvoogd de Raad heeft gebeld om te pleiten voor het pleeggezin. Klaagster is niet geïnformeerd over verblijf van de dochter in het buitenland en over een gesprek dat op school heeft plaatsgevonden. Beklaagde heeft geen maatregelen getroffen om de veiligheid van de dochter in het pleeggezin te garanderen, zij heeft de tekening van de dochter niet veilig gesteld, en ongevraagd foto’s gemaakt op de verjaardag van de dochter ten behoeve van de pleegouders. Beklaagde probeert het contact tussen klaagster en haar dochter te verbreken. En tot slot heeft zij geen oog gehad voor de familiebanden nu het contact tussen de familie en dochter abrupt is verbroken.

Beslissing

Het College heeft geconstateerd dat er onderzoek is gedaan naar de dochter, waar wel degelijk vragen zijn gesteld over de hechting. Voorts is beklaagde transparant geweest over haar bekendheid met het pleeggezin en heeft zij haar beslissing contact op te nemen met de Raad wel overwogen. Het College is echter wel van mening dat nu beklaagde het bellen met de Raad zelf als een dilemma heeft beschouwd het beter was geweest als dit was opgenomen in een rapportage. Het College vindt verder dat moeder wel geïnformeerd had moeten worden over de vakantie van de dochter, ook al was er sprake van dreiging. Het ware beter geweest als beklaagde moeder voor het overleg op school in kennis had gesteld of school had gevraagd of moeder er ook was. Dit nalaten, maakt haar handelen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Beklaagde heeft ter zitting aangegeven dat zij erop zal toezien dat dat een volgende keer anders zal gaan. De handelingen ten aanzien van de tekening liggen voordat beklaagde is aangetreden als gezinsvoogd. Klaagster is hier dus niet-ontvankelijk. Dat beklaagde ten behoeve van de dochter/pleegouders foto’s heeft gemaakt op het verjaardagsfeest is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Tot slot heeft het College geconstateerd dat de omgang tussen klaagster en haar dochter op de juiste wijze is vastgesteld. Deze vastgestelde, begeleide omgang heeft als consequentie dat er geen contact is/kan zijn met andere familieleden dan met de betreffende ouder.

Het eerste deel van klachtonderdeel III is gegrond maar nu er sprake was van meerdere dreigingen aan het adres van het pleeggezin acht het College het niet verwijtbaar dat beklaagde geen toestemming heeft gevraagd van de moeder voor de vakantie.