De gezinsvoogd heeft in strijd met de professionele standaard gehandeld, nu hij als jeugdprofessional een casus toegewezen heeft gekregen en daar geen verantwoordelijkheid voor wil dragen.

Zaaknummer: 16.170T
Datum beslissing: 17 augustus 2017
Oordeel: klachtonderdelen I, III eerste deel, IV en V gegrond, klachtonderdelen II en III tweede deel ongegrond
Maatregel: voorwaardelijke schorsing

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 17.030B

Klaagster is moeder van een dochter, geboren in 2004. De dochter woont bij haar moeder en de ouders hebben gezamenlijk gezag. In mei 2014 is door de rechtbank een voorlopige regeling ter verdeling van zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en dochter vastgesteld. Bureau Jeugdzorg heeft ouders verwezen naar ‘Ouderschap Blijft’. In september 2015 is beklaagde als jeugdbeschermer aangesteld om het drangtraject met ouders op te pakken. De rechtbank heeft op dat moment op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming de dochter voorlopig onder toezicht gesteld. Beklaagde voert de gesprekken met de ouders, en er is ook een gezinsvoogd apart voor de dochter. In november 2015 wordt de ondertoezichtstelling uitgesproken. De dochter blijft bij moeder en er is omgang met vader. In april 2016 meldt JBG dat zij zijn vastgelopen met de ouders. In juli 2016 willen ouders weer gesprekken voeren. In augustus geeft moeder aan tot eind januari 2017 geen gezamenlijke gesprekken meer te willen in verband met haar zwangerschap. In oktober 2016 heeft beklaagde overleg met een vertrouwensarts op welke termijn de gesprekken opgepakt kunnen worden. Na advies van de arts verzoekt JBG de rechtbank te bepalen dat ouders vier weken na de keizersnede weer gesprekken moeten gaan voeren.

Klacht

Klaagster verwijt beklaagde dat hij geen duidelijk Plan van Aanpak heeft gemaakt. Beklaagde handelt niet professioneel en integer, door bijvoorbeeld te zeggen dat hij de zorgregeling niet eerlijk vindt, geen begrip te willen hebben dat klaagster wil weten wanneer de dochter met vader op vakantie gaat. De rechtbank heeft de gezinsvoogden opgedragen om in overleg met de ouders tot een verdeling te komen van vakantie en feestdagen. Klaagster heeft geen voorstel ontvangen. Beklaagde wekt bij de rechtbank een verkeerde indruk over de gezondheid van klaagster. Dit ziet toe op het advies dat beklaagde heeft gevraagd aan de vertrouwensarts. Beklaagde is bij de afwijzing van het verzoek tot overdracht naar een andere jeugdbescherming voorbij gegaan aan de verhuizing van klaagster en de vertrouwensbreuk met beklaagde.

Beslissing

Het College heeft geconstateerd dat beklaagde meende dat klaagster op de hoogte was van de werkwijze rond het Plan van Aanpak en voorts dat hij de gezinsvoogd niet is, maar slechts gespreksleider voor de ouders. Het verontrust het College dat beklaagde zo blijft zitten in die beperkte functie terwijl het voor het College zonneklaar is dat hij ook in deze zaak als gezinsvoogd is aangesteld. Het kan niet zo zijn dat twee jeugdprofessionals samen een casus krijgen toegewezen en dat één daarvan geen verantwoordelijkheid draagt en als gezinsvoogd zichzelf slechts een beperkte functie geeft. Dat beklaagde niet professioneel en neutraal zou zijn en de kant van vader zou kiezer, is door klaagster niet onderbouwd. Het College meent dat beklaagde een duidelijke taak heeft in de vaststelling van een nadere verdeling van de vakantie en de feestdagen. Het College begrijpt voorts niet dat beklaagde klaagster zelf niet heeft gevraagd wanneer zij weer in staat is gesprekken te voeren, en die vraag aan een vertrouwensarts heeft voorgelegd. Tot slot acht het College het niet verwonderlijk dat klaagster na haar verhuizing heeft verzocht om een andere gezinsvoogd. Niet is gebleken dat beklaagde dit besproken heeft met zijn leidinggevende.

Gezien de ernst van de feiten legt het College beklaagde een voorwaardelijk schorsing op. Beklaagde heeft zijn verantwoordelijkheid als gezinsvoogd niet genomen en terugkijkend daar het onjuiste niet van ingezien. Hij dient een supervisietraject te gaan volgen.