Gezinsvoogd wordt aangeklaagd voor onzorgvuldig handelen

Zaaknummer: 16.021T
Datum beslissing: 5 augustus 2016
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

H. (2006) verblijft sinds 2013 bij zijn vader; er is een omgangsregeling met moeder. De gezinsvoogd heeft echter in februari 2015 een verandering van de omgang ingesteld, waarbij moeder H. eenmaal per 2 weken onder begeleiding, op neutraal terrein, mag zien.

Moeder vindt dat de gezinsvoogd ongefundeerde uitspraken over haar doet, afgaat op verhalen van vader zonder wederhoor te doen bij moeder en dat de gezinsvoogd informatie van de huisarts, politie en school van H. krijgt en aan hen geeft over moeder, zonder diens toestemming. Moeder is van mening dat de gezinsvoogd door dit handelen ervoor heeft gezorgd dat haar zoon van een enthousiast kind is veranderd in een somber kind.

Het College overweegt dat de gezinsvoogd gemotiveerd verweer voert. Zij zegt dat moeder diverse keren is uitgenodigd voor oudergesprekken, maar dat moeder deze afspraken afzegde of niet kwam opdagen. Daarom heeft de gezinsvoogd uiteindelijk contact met de huisarts van moeder opgenomen om zo te weten te komen hoe het met moeder ging. Verder bleek niet alleen uit verhalen van vader maar vooral uit verhalen van H. zelf dat hij ernstig werd belast door zijn moeder. Vervolgens heeft de gezinsvoogd de rechter verzocht om de omgangsregeling aan te passen. Moeder heeft aan de beschikking van de rechter geen gehoor gegeven door meerdere malen ongewenst bij de school van H. te staan waar zij een dreigende houding aannam. De gezinsvoogd betwist dat het op dit moment niet goed gaat met H. Zowel vader als school geven aan dat het nu goed met hem gaat.

Het College van Toezicht stelt vast dat het niet tot stand komen van wederhoor bij moeder niet aan de gezinsvoogd is te wijten. Het College overweegt dat derden die beroepshalve beschikken over informatie over een onder toezicht gestelde minderjarige of over diens ouders, deze informatie dienen te verstrekken aan de jeugdbeschermer indien dat noodzakelijk kan zijn voor de uitvoering van de onder toezicht stelling. Het College verklaart daarom alle klachten ongegrond.