Gezinsvoogd wordt door biologische ouders aangeklaagd voor slechte samenwerking

Zaaknummer: 16.020T
Datum beslissing: 15 augustus 2016
Oordeel: deels ongegrond, deels gegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Vader en moeder zijn de biologische ouders van zoon L. (2011). L. is vlak na zijn geboorte uit huis geplaatst, in 2013 is hij weer bij zijn biologische ouders komen wonen, in 2015 is hij opnieuw via een spoedmachtiging uit huis geplaatst. De gezinsvoogd heeft hierna een verzoek tot onderzoek naar gezagsbeëindiging ingediend bij de Raad voor Kinderbescherming. Ouders klagen de gezinsvoogd aan omdat zij vinden dat hij niet naar de mogelijkheden kijkt voor terugplaatsing van L. en omdat er geen goede samenwerking mogelijk is.

De gezinsvoogd voert aan dat is gebleken dat ouders er niet in slagen om L. een veilig opvoedklimaat te bieden, ondanks ingezette hulpverlening. In 2012 is onderzoek gedaan en daaruit bleek dat ouders hier toen wel toe in staat waren. Dit onderzoek is echter 4 jaar oud en nu wordt slechts gekeken naar het huidige functioneren van ouders. Hierop is ook de uithuisplaatsing gebaseerd en terugplaatsing van L. is dan ook geen optie meer.

De gezinsvoogd erkent dat hij tijdens een gesprek op 18 februari 2016 zich grof heeft uitgelaten tegen vader. Hij heeft hiervoor echter dezelfde dag zijn excuses aangeboden. Het College oordeelt dat de gezinsvoogd door deze grove uitlating in overtreding is en verklaart de klacht gegrond. Er wordt hiervoor echter geen maatregel opgelegd, omdat de gezinsvoogd meteen passend heeft gereageerd door nog diezelfde dag zijn excuses aan te bieden.

Ouders zijn het niet eens met de uithuisplaatsing van L. en verzetten zich daartegen, wat een negatieve weerslag heeft op de relatie met de hulpverlening. De gezinsvoogd heeft op meerdere momenten ingrijpende voorstellen aan ouders gedaan, waardoor de samenwerkingsrelatie sterk onder druk is komen te staan. De standpunten van partijen liggen te ver uit elkaar en het College stelt vast dat onderlinge samenwerking niet meer mogelijk is. Dat ouders het echter niet eens zijn met de beslissingen die zijn gemaakt, is volgens het College niet aan de gezinsvoogd te verwijten. De rest van de klachten wordt dan ook ongegrond verklaard.