Handhaving eerder opgelegde maatregel, ondanks deels gegrond beroep, vanwege de ernst van de aan gezinsvoogd verwijtbare feiten

Zaaknummer: 15.003B
Datum beslissing: 16 juli 2015
Oordeel: deels gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

De moeder klaagt, dat zij bij het College van Toezicht niet meer in de gelegenheid is gesteld een beschikking van het gerechtshof in het geding te brengen. Drie klachten hebben betrekking op vermoedens van grensoverschrijdend gedrag c.q. seksueel misbruik. De moeder is het niet eens met de uitspraak van het College van Toezicht, dat zij het liefst alles betreffende de verzorging en opvoeding van haar zoon naar haar hand wil zetten. Tenslotte verwijt zij dat de gezinsvoogd tekort zou zijn geschoten in professionaliteit.

De procedure in hoger beroep biedt de mogelijkheid om procedurele fouten hetzij gemaakt door het College van Toezicht hetzij door een van partijen te herstellen.

In de onderhavige zaak heeft de gezinsvoogd uitspraken gedaan over de seksuele geaardheid van een oom en dit gekoppeld aan het vermeende seksueel overschrijdende gedrag van het kind. In de opvatting van het College van Beroep kan het niet zo zijn, dat in rapportages en processtukken het vermoeden jegens de oom een eigen leven gaat leiden, waarbij het gevaar bestaat dat gemakkelijk wordt aangenomen dat de oom wel degene zal zijn die oorzaak is van het vermeende seksueel grensoverschrijdende gedrag van zijn neefje.

Er dient uiterst zorgvuldig en weloverwogen om te worden gegaan met het presenteren en uitspreken van vermoedens op het terrein van seksueel gedrag van derden in relatie tot een onder toezicht gesteld kind. Dergelijke vermoedens dienen door middel van een onderzoek onderbouwd te worden. Hierbij kunnen deskundigen worden betrokken.

Tevens heeft de gezinsvoogd uitspraken gedaan over het handelen van moeder. De uitspraken zijn niet in alle opzichten gelukkig geweest. Gelet op de ingetreden polarisatie in de verhoudingen zou het wellicht beter zijn geweest als de gezinsvoogd had volstaan met een opsomming van feitelijkheden. Desondanks acht het College van Beroep deze kwalificatie van een geheel andere orde dan het eerste onderwerp.

Vanwege de ernst van het eerste verwijtbare handelen van de gezinsvoogd wordt de eerder opgelegde waarschuwing gehandhaafd.

Het College van Beroep erkent dat het veel vergt van de vaardigheden van een gezinsvoogd om goed te werk te gaan in complexe zaken, zoals hier bij een problematische scheiding. Juist in dit soort zaken is het van belang dat de gezinsvoogd de regie neemt en de tijd neemt om ouders en het netwerk zorgvuldig te informeren over de hulpverlening. Indien incidenten leiden tot een ernstig verstoorde werkrelatie tussen gezinsvoogd en ouder(s), die ten koste gaat van de professionaliteit van de individuele beroepsuitoefenaar, dient de gecertificeerde instelling in te grijpen.

Conclusie: twee klachten slagen en een klacht slaagt ten dele. De overige klachten zijn niet gegrond. De ernst van de feiten die ten grondslag liggen aan de klachten, die slagen, is zodanig dat het College de door het College van Toezicht NVMW opgelegde maatregel van een waarschuwing handhaaft.