Het College van Beroep legt een berisping op aan een ervaren jeugdprofessional die als casusregisseur heeft nagelaten deugdelijk en voldoende feitelijk onderzoek te verrichten. Beklaagde heeft onvoldoende blijk van reflectie gegeven en er is sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen ten aanzien van alle klachtonderdelen.

Zaaknummer: 18.002B (17.078T)
Datum beslissing: 15 augustus 2018
Oordeel: (principaal) beroep gegrond
Maatregel: berisping

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 17.078T.

Zowel klaagster als beklaagde zijn in beroep gegaan tegen de beslissing van het College van Toezicht. Het College van Toezicht heeft aan beklaagde een waarschuwing opgelegd nu beklaagde – kort weergeven –  klaagster niet vooraf heeft geïnformeerd dat zij het gezin ging aanmelden bij een GI.

In principaal beroep slagen alle grieven van klaagster. Het College van Beroep is ten aanzien van deze grieven van oordeel dat er geen sprake is van een deugdelijk en voldoende feitelijk onderzoek verricht door beklaagde. Zo heeft beklaagde nagelaten de ontvangen zorgen (expliciet) te delen met klaagster. Zij had dusdanige zorgen dat de situatie anoniem is voorgelegd aan Veilig Thuis en later is opgeschaald naar de GI, zonder dat zij daarbij de Meldcode heeft gevolgd. Het volgen van de Meldcode is echter verplicht voor alle jeugdprofessionals. Het College van Beroep heeft de stellige indruk dat beklaagde voornamelijk uit is gegaan van signalen, maar dat de feitelijkheden hiervan hebben ontbroken. De vraag of er al dan niet protocollen binnen de organisatie zijn geweest doet hier niet aan af. Beklaagde is een ervaren jeugdprofessional en in het werkveld zijn voldoende middelen beschikbaar, zoals de richtlijnen en de Meldcode, waarvan verwacht mag worden dat beklaagde deze gebruikt om zodoende een zorgvuldig en deugdelijk onderzoek te kunnen verrichten.

Het incidenteel beroep van beklaagde slaagt daarentegen niet. Het College van Beroep stelt vast dat er sprake was van hulpverlening in het vrijwillig kader. Dit betekent dat niet opgeschaald had mogen worden naar de GI zonder toestemming van de gezaghebbende ouder(s). Die overige redenen die al dan niet ten grondslag hebben gelegen aan de aanmelding bij de GI doen daar niet aan af. In dat kader wijst het College van Beroep erop dat ook hier het (in ieder geval) volgen van de Meldcode had kunnen zorgen voor een zorgvuldige afweging van de in te zetten hulp c.q. te nemen vervolgstappen.

Het College van Beroep komt tot de slotsom dat beklaagde meerdere normen uit de Beroepscode heeft geschonden. Gelet op het verwijtbare handelen ten aanzien van alle klachtonderdelen en dat beklaagde onvoldoende blijk van reflectie heeft gegeven, acht het College van Beroep het opleggen van de maatregel van berisping passend en geboden.