Het College van Beroep trekt de door het College van Toezicht opgelegde maatregel van waarschuwing in nu het beroep van de gezinsvoogd deels slaagt en zij daarnaast gereflecteerd heeft op haar handelen en inzicht heeft gegeven in haar afwegingen.

Zaaknummer: 18.006Bb (17.049Tb)
Datum beslissing: 24 januari 2019
Oordeel: incidenteel beroep deels gegrond
Maatregel: waarschuwing ingetrokken

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 17.049Tb.

De vader heeft bij het College van Toezicht acht klachtonderdelen ingediend over het handelen van een gezinsvoogd die in het kader van een uitgesproken ondertoezichtstelling bij de ouders en de kinderen, twee minderjarige dochters, betrokken is geweest. Vier van de acht klachtonderdelen zijn deels gegrond en vier klachtonderdelen ongegrond verklaard door het College van Toezicht. Aan de gezinsvoogd is de maatregel van waarschuwing opgelegd.

In beroep falen alle grieven die de vader tegen de beslissing van het College van Toezicht heeft ingediend. Van de gezinsvoogd slagen twee grieven. Een grief die slaagt is gelijk aan de grief zoals opgenomen in de samenvatting van de beslissing in zaaknummer 18.006Ba. Daarnaast slaagt een grief die ziet op het verstrekken van een afschrift van het dossier aan de vader. De vader heeft op 10 januari 2017 gevraagd om een afschrift van het dossier. De gezinsvoogd is op 1 februari 2017 bij de GI uit dienst getreden. Op dat moment was de redelijke termijn als bedoeld in artikel 11 lid van het Privacyreglement gecertificeerde instelling nog niet verstreken. Het was van de gezinsvoogd zorgvuldig geweest om indien reeds te voorzien was dat deze termijn niet gehaald zou worden, de vader hierover te informeren, maar het College van Beroep is van oordeel dat het hier handelen betreft dat (mogelijk) beter had gekund maar dat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen geen sprake is. Er kan immers ook niet vastgesteld worden dat de gezinsvoogd reeds op het moment van haar uitdiensttreding kon voorzien dat de termijn niet gehaald zou worden. Na haar uitdiensttreding hadden haar collega’s nog zorg kunnen dragen voor een tijdige afgifte van het dossier of de vader tijdig kunnen informeren dat dit niet mogelijk was. Het College van Beroep is van oordeel dat als een werknemer uit dienst gaat deze erop mag vertrouwen, zeker als er zoals in deze casus nauw wordt samengewerkt met een andere collega, dat dit verzoek verder adequaat wordt behandeld.

Het College van Beroep komt tot de slotsom dat er, ondanks dat er ten aanzien van twee klachtonderdelen tuchtrechtelijk verwijtbaar is gehandeld, aanleiding bestaat om de opgelegde maatregel van waarschuwing in te trekken. Het College van Beroep heeft daarbij oog voor de complexe casus met tegenstrijdige belangen waarin de gezinsvoogd heeft moeten handelen. De gezinsvoogd heeft gereflecteerd op haar handelen en erkend dat haar handelen ten aanzien van enkele klachtonderdelen mogelijk beter had gekund. Zij heeft het College van Beroep, zoals van een geregistreerde jeugdprofessional mag worden verwacht, tijdens de mondelinge behandeling van het beroep inzicht gegeven in de door haar gemaakte afwegingen. Dit alles in overweging nemende ziet het College van Beroep aanleiding de opgelegde maatregel van waarschuwing in te trekken.