Jeugdbeschermer heeft zich over klaagster onrespectvol uitgelaten en heeft zaken zwaarder aangezet. Ook heeft hij zich onvoldoende geïnformeerd over de zoon die op jonge leeftijd gesloten is geplaatst. Hij heeft klaagster onvoldoende geïnformeerd. Het College verklaart vier klachtonderdelen gegrond en legt een maatregel van berisping op.

Zaaknummer: 18.127T
Datum beslissing: 25 februari 2019
Oordeel: klachtonderdelen I, II, V en VII zijn gegrond; de overige klachtonderdelen zijn ongegrond
Maatregel: berisping

Download de volledige beslissing in pdf

Het College is van oordeel dat beklaagde met zijn woordkeuze op een onrespectvolle wijze een beschrijving van klaagster gegeven. Ook heeft beklaagde de van belang zijnde feiten niet volledig en naar waarheid aangevoerd. Voorts is beklaagde verantwoordelijk voor het welzijn van de zoon die op jonge leeftijd gesloten is geplaatst. Hij heeft mogen afgaan op de informatie van de medewerkers van de gesloten accommodatie maar heeft ook zelf met de zoon moeten praten en controleren of hij veilig was. Beklaagde is niet één keer bij de zoon op bezoek geweest tijdens de gesloten plaatsing en heeft niet met hem gecommuniceerd. Hij heeft evenmin met klaagster gecommuniceerd terwijl hij als regievoerder in deze zaak de spin in het web is. Door zijn handelen is beklaagde verwijtbaar tekort geschoten.

Beklaagde heeft gehandeld in strijd met artikel D (vertrouwen in de jeugdzorg), artikel E (respect), artikel G (overeenstemming/instemming omtrent hulp-en dienstverlening) en artikel N (samenwerking in de hulp-en dienstverlening) en T (schending vertrouwen in het beroep en de jeugdzorg door een collega) van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker. Alhoewel beklaagde heft gereflecteerd op zijn handelen en excuses heeft aangeboden, acht het College het passend en geboden om aan beklaagde de maatregel van berisping op te leggen.