De jeugdhulpverlener heeft geen zorg gedragen voor een zorgvuldige overdracht en deskundige verslaglegging voor de kortstondige periode dat zij betrokken is geweest

Zaaknummer: 16.082T
Datum beslissing: 23 december 2016
Oordeel: klachtonderdelen I, II, III en V ongegrond klachtonderdeel IV gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

In deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 17.003B

Klacht

Klaagster verwijt beklaagde allereerst onzorgvuldig en ondeskundig te hebben gehandeld tijdens het bezoek wat heeft plaatsgevonden op basis van de bezoekregeling. Aan de voorwaarde dat beklaagde permanent aanwezig zou zijn bij het bezoek, is niet voldaan nu beklaagde tweemaal kortstondig de ruimte heeft verlaten. Voorts zou sprake zijn van onzorgvuldig rapporten aan de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) nu klaagster en haar kinderen hier vooraf niet over zijn geraadpleegd. Tevens verwijt klaagster beklaagde dat sprake is van een onzorgvuldig landscape verslag nu daarin onjuiste informatie zou zijn opgenomen. Daarnaast verwijt klaagster beklaagde slecht bereikbaar te zijn geweest tijdens haar vakantieperiode en dat zij geen zorg heeft gedragen voor een vervangende gezinsvoogd. Tot slot is er volgens klaagster sprake geweest van onheuse bejegening.

Beslissing

Het CvT verklaart de klachtonderdelen I, II, III en V ongegrond en klachtonderdeel IV gegrond met als passende maatregel een waarschuwing. Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel heeft beklaagde, ondanks dat beklaagde permanent in de ruimte aanwezig zou zijn, de ruimte tweemaal verlaten. Beklaagde heeft aannemelijk gemaakt dat het om kortstondig verlaten van de ruimte ging. Op basis van haar kennis en ervaring heeft beklaagde een inschatting gemaakt over de veiligheid van de kinderen. De veiligheid van de kinderen is op geen enkel moment in gevaar geweest. De klacht is volgens het CvT ongegrond. Het tweede klachtonderdeel betreft de wijze van verslaglegging. Beklaagde is door de Raad slechts gehoord als informant en is daarbij niet gehouden verslaglegging te doen aan klaagster. Niet is gebleken dat er onjuiste mededelingen zijn gedaan nu dat slechts beperkt is gebleven tot feiten die ze van de kinderen heeft gehoord. De klacht is ongegrond. Het derde klachtonderdeel betreft wederom verslaglegging. Waarbij het concept door beklaagde is opgesteld, maar later is overgenomen door een collega. In het definitieve verslag is ten onrechte de naam van beklaagde blijven staan. Over de inhoud van het definitieve document kan beklaagde geen verwijt worden gemaakt, omdat zij hierbij niet betrokken is geweest. Het CvT heeft de klacht ongegrond verklaard. Het vierde klachtonderdeel ziet op de slechte bereikbaarheid en overdracht naar een vervangende gezinsvoogd. De jeugdzorgmedewerker is volgens het CvT zelf verantwoordelijk voor de borging van de kwaliteit en de door hem geboden begeleiding. Beklaagde is het aan te rekenen, toen bekend was dat het over een complexe zaak ging, het waarborgen van de continuïteit met klaagster en de kinderen in het gedrang zou komen. Hierdoor heeft beklaagde niet gehandeld binnen de grenzen van adequate beroepsuitoefening en is haar dit volgens het CvT aan te rekenen. Zij had met klem moeten aangeven aan haar leidinggevende dat zij, gelet op haar resterende korte dienstverband, deze zaak niet kon oppakken. Dit klachtonderdeel is gegrond, aan beklaagde wordt een waarschuwing opgelegd. Tot slot heeft het CvT beslist dat het vijfde klachtenonderdeel ongegrond is. Wegens een gebrek aan feitelijke grondslag is niet vast te stellen dat sprake is geweest van onheuse bejegening van beklaagde jegens klaagster.