De jeugdprofessional is niet transparant in haar informatievoorziening jegens klager, vanwege het onvoldoende reflecteren acht het college de maatregel van een waarschuwing passend.

Zaaknummer: 16.132T
Datum beslissing: 17 augustus 2017
Oordeel: klachtonderdelen I, II, III, IV en V ongegrond, klachtonderdeel VI gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Beklaagde is bij het gezin betrokken geraakt met een begeleiding zonder maatregel. Na het beschermingsonderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) is er verzocht om een ondertoezichtstelling. In juni 2015 is voor de kinderen een ondertoezichtstelling uitgesproken. De hoofdverblijfplaats van de kinderen is bij klaagster. Beklaagde heeft samen met een collega de ondertoezichtstelling uitgevoerd. Beklaagde is de contactpersoon van de ouders geweest. In juni 2016 is een nieuw raadsrapport verschenen. De Raad heeft aangegeven dat plaatsing van de kinderen bij vader als optie moet worden gezien, omdat vader meer ruimte biedt voor onbelaste omgang met klaagster. In juni 2016 zijn er door de gecertificeerde instelling (verder: GI) minimale voorwaarden geformuleerd waaraan klaagster en vader gedurende drie maanden aan moeten werken. In oktober 2016 is door de GI een verzoek tot machtiging uithuisplaatsing in een neutraal pleeggezin ingediend. De zitting voor de machtiging uithuisplaatsing is uitgesteld totdat een eigen kracht conferentie kon plaats vinden. Vervolgens zijn de vastgestelde minimale voorwaarden vastgesteld in een rechterlijke beschikking waarna de GI het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing heeft ingetrokken.

Klacht

Klaagster verwijt beklaagde ten eerste besluiten te nemen zonder klaagster daarbij te betrekken. Klaagster heeft geen inbreng gehad en zonder overleg met haar is een voor haar ingrijpende beslissing genomen. Ook heeft beklaagde na een omgangsmoment besloten het volgende omgangsmoment met twee uur uit te breiden zonder klaagster hierin te betrekken. Ten tweede is beklaagde onzorgvuldig in de terugkoppeling van relevantie informatie aan klaagster. Voorts heeft beklaagde een gesprek gevoerd met vader en zijn familie. Klaagster is daar niet over geïnformeerd en is hier later achter gekomen. Ten derde heeft beklaagde de privacy van klaagster geschonden. Ten vierde heeft beklaagde bepaalde informatie ontkent of handelt op basis van informatie, zonder deze informatie te verifiëren of te onderbouwen. Ten vijfde is beklaagde onvolledig in de wijze waarop zij de minimale voorwaarden beoordeelt en heeft hierover onvolledig gerapporteerd aan de rechtbank. Tot slot is de wijze waarop de afspraak over het instellen van de minimale voorwaarden tot stand is gekomen onzorgvuldig en onnodig alarmerend geweest.

Beslissing

Het College heeft de klachtonderdelen I tot en met V ongegrond verklaard. Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel is voor het College onvoldoende gebleken dat aan beklaagde duidelijk is gemaakt dat klaagster niet in staat was naar het evaluatiegesprek te komen. Voor zover de klacht betrekking heeft op de uitbreiding van de omgang is gebleken dat niet beklaagde, maar klaagster en vader tijdens de zitting afspraken hebben gemaakt over een opbouwregeling. Mogelijk is klaagster het niet eens met de gang van zaken maar beklaagde valt hierin geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klachtonderdeel twee en drie zijn gezamenlijk beoordeeld. Het College is van oordeel dat  beklaagde zorgvuldig heeft gehandeld, zoals een jeugdprofessional moet handelen in een gecompliceerde echtscheiding. Ten aanzien van klachtonderdeel vier heeft het College geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van beklaagde kunnen constateren nu er in de rapportage is gesproken van ‘vermeend seksueel misbruik’. Ten aanzien van het vijfde klachtonderdeel is voor het College niet gebleken dat beklaagde onvolledig heeft gerapporteerd aan de rechtbank. Het was volgens het College beter geweest wanneer beklaagde de minimale voorwaarden schriftelijk had opgenomen. Het laatste en zesde klachtonderdeel heeft het College gegrond verklaard. Het College acht beklaagde niet transparant in haar informatievoorziening naar klager. Beklaagde is onzorgvuldig geweest nu de uithuisplaatsing bij vader als optie in het raadsrapport is genoemd en heeft nagelaten hierover met klaagster in gesprek te gaan. Hiermee heeft beklaagde de norm, die is vastgelegd in artikel F van de Beroepscode voor Jeugdzorgwerkers, geschonden. Nu beklaagde verwijtbaar heeft gehandeld en onvoldoende heeft gereflecteerd op de mogelijke consequenties van haar handelen acht het College de maatregel van waarschuwing passend en geboden.