Jeugdzorgwerker in beroep tegen beslissing College van Toezicht. Mede door een (opkomende) burn-out en een zware werkbelasting is het functioneren van de jeugdzorgwerker negatief beïnvloed. Onder intrekking van de maatregel van voorwaardelijke schorsing, legt het College van Beroep de maatregel van waarschuwing op. In deze beslissing geeft het College van Beroep ook een signaal af aan de beroepsgroep

Zaaknummer: 17.030B (16.170T)
Datum beslissing: 19 april 2018
Oordeel: beroep deels gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 16.170T

Tijdens de procedure bij het College van Toezicht heeft de jeugdzorgwerker ten onrechte ontkend als gezinsvoogd te zijn opgetreden in de onderhavige situatie. Dit heeft zijn uitwerking niet gemist bij de beslissing van dit college en bij de opgelegde maatregel (voorwaardelijke schorsing). Tijdens de mondelinge behandeling van het beroep heeft de jeugdzorgwerker zijn fout toegegeven dat hij tijdens de eerdere procedure zijn rol als gezinsvoogd heeft ontkend. Volgens de jeugdzorgwerker speelde een aantal zaken tegelijk: meerdere klachtenprocedures, zowel intern als extern. Bovendien was de jeugdzorgwerker tijdens de procedure in eerste aanleg niet aan het werk in verband met een burn-out. De jeugdzorgwerker meent dat zijn opkomende burn-out in negatieve zin invloed heeft gehad op zijn functioneren en daarnaast was er sprake van een (te) zware werkbelasting.

Volgens het College van Beroep heeft het optreden van partijen tijdens de mondelinge behandeling van beroep een duidelijk beeld gegeven van de situatie. Het College van Beroep zag voor zich twee partijen die door de situatie, die zeer gepolariseerd is geraakt, ernstig gekwetst zijn. Het College van Beroep heeft enerzijds begrip voor het oordeel van het College van Toezicht, dat een voorwaardelijke schorsing aan de jeugdzorgwerker heeft opgelegd. Het College van Beroep stelt echter anderzijds  vast dat er tijdens de mondelinge behandeling van het beroep feiten en omstandigheden naar voren zijn gekomen die een ander licht werpen op de situatie. Zo heeft de jeugdzorgwerker blijk gegeven wel degelijk in staat te zijn te reflecteren op zijn toenmalige handelen. Het College van Beroep neemt in het oordeel mee dat de jeugdzorgwerker tegen een burn-out is opgelopen en ook zwaar is getroffen door zijn eigen handelen. Het College van Beroep ziet ook een professional die zich daarna hard heeft ingespannen om zijn werkzame leven weer op de rit te krijgen. Het College van Beroep acht het opleggen van de maatregel van waarschuwing in de gegeven situatie passend en geboden.
Tot slot vindt het College van Beroep het verontrustend dat de jeugdzorgwerker kennelijk niet tijdig aan zijn organisatie kenbaar heeft kunnen maken dat de werkdruk te hoog werd en dat dit een negatieve invloed had op zijn handelen. Het College van Beroep wil een signaal afgeven aan de werkzame professionals en instellingen in het jeugddomein. Zeker in tijden wanneer de werkdruk hoog is en de maatschappelijke aandacht voor het betreffende werkgebied groot is, dient er vanuit de organisatie voldoende rekening te worden gehouden met het welbevinden van collega’s en of werknemers. In het bijzonder wil het College van Beroep daarbij wijzen op het belang van intervisie en supervisie voor de beroepsgroep.