Klaagster acht zich niet respectvol bejegend door gezinsvoogd

Zaaknummer: 15.064Ta
Datum beslissing: 9 juni 2016
Oordeel: deels gegrond
Maatregel: berisping

Download de volledige beslissing in pdf

Gezinsvoogd heeft zich teruggetrokken uit de zorgverlening aan de kinderen toen zij gevoelens van verliefdheid ontwikkelde voor de vader, ex-partner van klaagster. Klaagster acht zich niet respectvol bejegend door de gezinsvoogd omdat deze partijdig en niet objectief zou hebben gehandeld.

Het College stelt vast dat de gezinsvoogd, na ongeveer een maand bij de kinderen betrokken te zijn, gevoelens ontwikkelde voor de vader en dat zij enkele weken later om die reden heeft besloten haar werkgever te verzoeken haar te vervangen. Daarna heeft de gezinsvoogd nog een keer deelgenomen aan een intern beraad met betrekking tot de kinderen en aan een zitting. Het College oordeelt dat de gezinsvoogd, door na haar terugtreden nog aan een beraad en een zitting deel te nemen, de schijn van partijdigheid op zich heeft geladen en daardoor artikel D van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker heeft geschonden.

Het College oordeelt voorts dat de gezinsvoogd tekort is geschoten door bij haar beslissing over het al dan niet informeren van klaagster over haar gevoelens, enkel te varen op het standpunt daarover van haar leidinggevenden. Zij had, individueel en in consultatie met één of meerdere onafhankelijke beroepsgenoten, dienen te reflecteren op haar eigen aandeel en verantwoordelijkheid in deze besluitvorming.

In dit handelen ziet het College een schending van artikel D, in samenhang met de artikelen Q en S, die van de jeugdprofessional verlangen dat deze bij het uitvoeren van het beleid van diens organisatie, zijn handelen toetst aan de beroepsstandaard, en dat hij/zij in morele kwesties zijn beroepsmatig handelen toetst aan het professioneel en beroepsethisch oordeel van vakgenoten.

Het College legt een berisping op.