Klaagster dient een klacht in tegen gezinsvoogd over de wijze waarop de OTS en machtiging tot UHP is uitgevoerd, één klachtonderdeel wordt (deels) gegrond verklaard: de maatregel van waarschuwing wordt opgelegd

Zaaknummer: 16.035T
Datum beslissing: 13 januari 2017
Oordeel: klachtonderdeel II (deels) gegrond, klachtonderdelen I, III, IV, V en VI ongegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 17.007B.

Klacht

Klaagster verwijt beklaagde met betrekking tot de geslachtsverandering van klaagster op verschillende punten discriminerend te handelen. Ten tweede informeert beklaagde klaagster onvoldoende over haar zoon en biedt geen gelegenheid contact met hem te onderhouden. Ten derde maakt beklaagde misbruik van macht betreffende de (spoed)UHP door de rechtbank te misleiden met een in scene gezette crisis. Ten vierde faciliteert beklaagde ouderverstoting door ervoor te zorgen dat klaagster geen enkele contactmogelijkheid met haar zoon heeft. Ten vijfde houdt beklaagde zich niet aan de wet- en regelgeving. Tot slot heeft beklaagde de Wet Bescherming Persoonsgegevens overtreden.

Beslissing

Het CvT verklaart het eerste klachtenonderdeel ongegrond omdat het CvT o.a. geen aanwijzingen gevonden heeft dat beklaagde de opzet heeft gehad klaagster dan wel haar partner te discrimineren. Ten aanzien van het tweede klachtenonderdeel oordeelt het CvT twee onderdelen gegrond. Allereerst het gegeven dat beklaagde een gesprek met de zoon niet op een neutrale plek heeft gevoerd, maakt dat beklaagde onvoldoende blijk gegeven heeft van onpartijdigheid. Voorts heeft beklaagde nagelaten stappen te ondernemen richting de ex-partner van klaagster om haar te bewegen contact te laten onderhouden en/of informatie te verstrekken aan klaagster. Deze twee punten kunnen naar het oordeel van het CvT beklaagde worden verweten. Het derde klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard, omdat op goede gronden en na een zorgvuldige afweging een (spoed)UHP is verzocht. Betreffende het vierde klachtenonderdeel komt het CvT tot de conclusie dat het volstrekt aan klaagster eigen keuzes te wijten is dat tot op heden geen contact is met haar zoon. Het CvT verklaart de twee laatste klachtonderdelen ongegrond omdat geen sprake is geweest van overtreding van de wet of regelgeving. Nu klachtonderdeel twee (deels) gegrond verklaard is, acht het CvT de maatregel van waarschuwing passend en geboden