Klaagster is door het College van Toezicht vanwege grievend gedrag niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht. Anders dan het College van Toezicht oordeelt het College van Beroep dat klaagster ontvankelijk is in haar klacht en verwijst de zaak terug naar het College van Toezicht voor een inhoudelijke behandeling van de klacht.

Zaaknummer: 18.008B (17.121T)
Datum beslissing: 23 januari 2019
Oordeel: beroep gegrond
Maatregel: niet van toepassing

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 17.121T.

Het College van Toezicht heeft appellante, klaagster in eerste aanleg, wegens grievend gedrag niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht. Appellante heeft tegen deze beslissing beroep ingediend. Aan het College van Beroep ligt de vraag voor of appellante ontvankelijk is in haar klacht.

Appellante stelt zich – kort weergegeven – op het standpunt dat een handelswijze van een klager nooit mag leiden tot het ondermijnen van een tuchtrechtelijke plicht van een bij SKJ geregistreerde professional om zich voor zijn professioneel handelen te verantwoorden. Verweerder doet in zijn verweer een beroep op een beslissing van het College van Beroep waarin is overwogen dat de tuchtcolleges van SKJ uit het oogpunt van eenheid in rechtspraak zoveel mogelijk aansluiting zoeken bij de overheidsrechtspraak, bijvoorbeeld de civiele rechtspraak over bewijsregels. Verweerder stelt dat er sprake is van rechtsverwerking; appellante heeft zich op dusdanige wijze gedragen dat dit gedrag in alle redelijkheid niet verenigbaar is met het beoogde recht wat zij wenst te behalen. Het College van Beroep stelt vast dat het tuchtrecht een zelfstandig rechtsgebied is. In voorkomende gevallen kan er aansluiting worden gezocht bij het civiele recht. De hier geldende rechtsopvattingen zijn echter niet zonder meer van toepassing in het tuchtrecht. In deze specifieke casus ziet het College van Beroep geen aanleiding om rechtsverwerking toe te passen. Een klager niet-ontvankelijk verklaren in de klacht kan in beginsel niet bijdragen aan het doel van het tuchtrecht en dient daarom zoveel mogelijk te worden vermeden. Het niet-ontvankelijk verklaren, al dan niet wegens grievend gedrag, kan enkel indien het tuchtreglement daar een formele mogelijkheid voor biedt en dit overeenkomstig het doel van het tuchtrecht zou zijn. Het College van Beroep ziet geen juridische gronden om tot niet-ontvankelijkheid te kunnen concluderen.

Het College van Beroep merkt wel nog op dat het geenszins begrip kan opbrengen voor de uitlatingen van appellante en vindt deze onacceptabel. Het College van Beroep heeft daarnaast oog voor de impact die dergelijke gedragingen hebben op de jeugdprofessional en het (mogelijke) onbegrip om zich in een dergelijk geval tuchtrechtelijk te moeten verantwoorden, maar komt in deze casus toch tot een terug verwijzing naar het College van Toezicht om alsnog deze zaak inhoudelijk te behandelen.