Klaagster stelt beroep in tegen ongegrond verklaarde klacht

Zaaknummer: 16.005B (15.088T)
Datum beslissing: 9 december 2016
Oordeel: deels gegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 15.088T

Klaagster heeft samen met haar partner, hierna te noemen vader, een minderjarige zoon, J. Klaagster is belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over J. Vader heeft uit een eerdere relatie kinderen. Op enig moment heeft de Raad een melding ontvangen van Veilig Thuis inzake een kind uit die eerdere relatie van vader. Er heeft in het kader van het onderzoek door de Raad een gesprek plaatsgevonden tussen beklaagde en vader, waarbij klaagster als toehoorder aanwezig was. In dit gesprek is niet aan de orde geweest dat het onderzoek van de Raad zich mogelijk zou kunnen uitbreiden naar andere zich in het gezin verblijvende kinderen, onder wie J. Bij brief van 12 november 2015 heeft beklaagde in antwoord op een e-mail van klaagster laten weten dat er geen aanleiding is geweest om het onderzoek uit te breiden naar J. Beklaagde heeft daarbij aan klaagster zijn excuses aangeboden voor het feit dat hij heeft nagelaten haar vooraf op de hoogte te stellen van de mogelijke uitbreiding van het onderzoek naar andere minderjarige kinderen binnen de opvoedomgeving van vader.

Het CvB is van oordeel dat het CvT terecht heeft overwogen dat toestemming van klaagster voor het verwerken van persoonsgegevens van J. niet nodig was. Verwerking van persoonsgegevens is immers noodzakelijk ter uitvoering van het onderzoek naar aanleiding van een zorgmelding. Dit ontslaat beklaagde echter niet van zijn beroepsplicht, zoals omschreven in artikel F van de beroepscode voor jeugdzorgwerkers, om haar als de ouder, die belast is met eenhoofdig ouderlijk gezag over J, hierover vooraf te informeren. Het beroep van klaagster wordt in zoverre gegrond verklaard. Het wordt echter, gezien het feit dat beklaagde in zijn brief reeds excuses heeft aangeboden en voorts ter zitting kenbaar heeft gemaakt dat hij lering heeft getrokken uit de gebeurtenissen, niet noodzakelijk geacht een maatregel op te leggen. De uitspraak van het CvT, waartegen beroep, wordt voor het overige bevestigd.