Klaagster verwijt beklaagde dat zij bij de uithuisplaatsing van de kinderen onvoldoende heeft samengewerkt waardoor klaagster buitenspel is komen te staan

Zaaknummer: 15.094Tc
Datum beslissing: 24 januari 2017
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster stelt dat zij vele pogingen heeft ondernomen om met beklaagde samen te werken maar dat de samenwerking niet van de grond is gekomen. Zij had daardoor als moeder geen rol meer ten aanzien van haar kinderen en de kinderen zijn ten onrechte uit huis geplaatst. De klacht wordt op alle onderdelen ongegrond verklaard.

Klacht

Klaagster verwijt beklaagde 1) dat zij haar onheus heeft bejegend door niet met haar te overleggen, haar niet te informeren en haar respectloos te behandelen; 2) dat zij, door niet naar de kinderen te luisteren en door signalen van onveiligheid en trauma’s niet op te pakken, heeft nagelaten hun belang voorop te stellen; 3) dat de uithuisplaatsing en de omgangsregeling onterecht zijn en 4) dat beklaagde de privacy van klaagster heeft geschonden.

Beslissing

Het College oordeelt dat de gestelde onheuse bejegening niet is komen vast te staan. Het College stelt vast dat beklaagde zich wel degelijk heeft ingespannen in de samenwerking en communicatie met klaagster. Het College verklaart het eerste klachtonderdeel ongegrond. Het tweede klachtonderdeel, waarin wordt gesteld dat beklaagde heeft nagelaten het belang van de kinderen voorop te stellen, acht het College eveneens ongegrond. Het College stelt vast dat het handelen steeds in het belang van de kinderen geweest. Dat het niet altijd in het belang van klaagster is geweest, doet daar niet aan af. Het derde klachtonderdeel acht het College eveneens ongegrond. Het betreffen immers beslissingen die genomen zijn door de rechter. Deze kunnen beklaagde als zodanig niet worden toegerekend. Het laatste klachtonderdeel acht het College ook ongegrond. Klaagster heeft de gestelde schending van de privacy onvoldoende geconcretiseerd.