Klaagster verwijt beklaagde niet deskundig te hebben gehandeld bij het uithuisplaatsen van haar dochter, klachtonderdelen worden ongegrond verklaard.

Zaaknummer: 16.050Ta
Datum beslissing: 16 september 2016
Oordeel: alle klachtonderdelen zijn ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Beklaagde is voor een korte periode, acht dagen, betrokken geweest bij klaagster en haar dochter. Klaagster verwijt beklaagde niet deskundig te hebben gehandeld bij het nemen van het besluit tot uithuisplaatsing. Ten aanzien van de overige klachtonderdelen valt dit beklaagde niet aan te rekenen, nu beklaagde betrokken is geweest tot de uithuisplaatsing. Gebeurtenissen die na de uithuisplaatsing hebben plaats gevonden, voor zover daar al iets fout zou zijn gegaan, raken de beklaagde niet.

Klacht

Klaagster verwijt beklaagde niet deskundig te hebben gehandeld bij het oordelen over de uithuisplaatsing. Beklaagde zou de rapportage ten behoeve van de rechtbank te eenzijdig hebben opgesteld. Voorts verwijt klaagster beklaagde gelogen te hebben op het moment van huisbezoek over vervolgafspraken. Een kinderbeschermingsmaatregel zou in dat geval niet nodig zijn geweest. Tot slot heeft beklaagde na de uithuisplaatsing ervoor gezorgd dat de dochter van klaagster zich onveilig heeft gevoeld tijdens haar verblijf in een tehuis, dat haar dochter depressief en ziek is geworden en dat zij aan haar lot is overgelaten. Tenslotte zou beklaagde het leven van klaagster en de dochter kapot hebben gemaakt.

Beslissing

Het College oordeelt dat beklaagde tijdens de mondelinge behandeling en in haar verweer voldoende omstandigheden heeft aangevoerd om aan te tonen dat gehandeld is binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Ten aanzien van de uithuisplaatsing van de jeugdige valt beklaagde geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Voor wat betreft de overige klachtonderdelen oordeelt het College dat beklaagde geen verwijt kan worden gemaakt nu beklaagde tot aan de uithuisplaatsing betrokken is geweest.