Klaagster verwijt beklaagde een zorgmelding gedaan te hebben bij Veilig Thuis in verband met het vermoeden van kindermishandeling. De klachten worden ongegrond verklaard.

Zaaknummer: 18.007T
Datum beslissing: 13 juli 2018
Oordeel: ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Het kind van klaagster is vanaf 2016 onder toezicht gesteld. Beklaagde is orthopedagoog en is betrokken geweest bij het behandeltraject van het kind. Klaagster heeft telefonisch haar toestemming voor het behandeltraject ingetrokken. Beklaagde heeft vervolgens een zorgmelding bij Veilig Thuis gedaan in verband met een vermoeden van kindermishandeling. Klaagster verwijt beklaagde dat hij ten onrechte deze zorgmelding heeft gedaan en klaagster hierin niet heeft gehoord.

Beklaagde heeft klaagster een brief gestuurd om haar uit te nodigen voor een gesprek om zijn zorgen omtrent het kind te bespreken. In dezelfde brief heeft beklaagde klaagster geïnformeerd over de mogelijkheid om de zorgen te melden bij Veilig Thuis. Het College oordeelt dat beklaagde voldoende objectieve instrumenten heeft gebruikt om te beoordelen of en zo ja, welke zorgen er waren over het kind. Daarnaast heeft beklaagde ook zijn collega’s geconsulteerd en is hij in gesprek gegaan met klaagster. Het College is van oordeel dat beklaagde zorgvuldig heeft gehandeld. Klaagster verwijt dat beklaagde geen neutrale positie heeft ingenomen in het belang van de dochter. Beklaagde heeft met de gezinsvoogd gesproken over het voornomen om een zorgmelding te doen, zonder klaagster hierin te horen. Van het niet innemen van een neutrale positie door beklaagde, zoals klaagster stelt, is het College niet gebleken. Het College is van oordeel dat beklaagde, gelet op artikel 12 lid 4 van de Beroepscode, de gezinsvoogd heeft mogen informeren over het feit dat klaagster de behandeling van de dochter heeft beëindigd. Beklaagde is hierover transparant geweest naar klaagster.