Klacht betreffende melding van jeugdprofessional bij Veilig Thuis

Zaaknummer: 15.104T
Datum beslissing: 7 april 2017
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klacht

Klager verwijt beklaagde het volgende:

  • beklaagde heeft niet geluisterd naar wat klager wilde maar dreigde de dochter te verhoren;
  • beklaagde heeft ten onrechte en met een onzuiver oogmerk gemeld bij Veilig Thuis, heeft de melding uit naam van de zedenpolitie gedaan maar is in dienst van de GI, deze melding bevat voorts onjuistheden;
  • beklaagde heeft geen rekening gehouden met klagers handicap;
  • beklaagde heeft er mede voor gezorgd dat het medisch dossier van de dochter van beklaagde door de GI ten onrechte gemarkeerd is met een vermoeden van kindermishandeling.

 

Beslissing

Het CvT verklaart alle klachtonderdelen ongegrond. Klager heeft zich in 2015 tot de politie gewend met als doel het verkrijgen van een rapportage van de pleegzorgorganisatie aangaande zijn dochter uit 2008 en wilde om die reden aangifte doen. Klager werd in gesprek met de zedenrechercheur geconfronteerd met beklaagde, waarbij beklaagde heeft uitgelegd dat zij in dienst is van de GI en dat zij niet kon uitsluitend dat als gevolg van aangifte door klager zijn dochter verhoord zou worden.

Beklaagde is vervolgens met de betrokken politieambtenaren tot de conclusie gekomen dat klager zodanig gepreoccupeerd was door zijn overtuiging dat zijn dochter het slachtoffer is geworden van kindermishandeling, dat dit waarschijnlijk zijn weerslag zal hebben op de opvoeding van klager. Beklaagde heeft haar zorgen vervolgens gemeld bij Veilig Thuis. Zulks beschouwt het CvT niet als onprofessioneel waardoor geen sprake is van met een onzuiver oogmerk melden. Beklaagde dient als professional in de jeugdzorg juist op grond van de meldcode mogelijke signalen van kindermishandeling serieus te nemen. Dat naar aanleiding van het onderzoek van Veilig Thuis het vermoeden is weerlegd, doet hieraan niet af. Het CvT heeft geen onjuistheden in de melding aan Veilig Thuis kunnen constateren. Het CvT kan niet oordelen over de stelling van klager dat beklaagde de melding heeft gedaan uit naam van de Zedenpolitie, want het CvT beschikt niet over de inhoudelijke melding zelf maar slechts over de weergave ervan in het rapport van Veilig Thuis. Niet is gebleken dat door beklaagde geen rekening is gehouden met de handicap van klager; bovendien is het aan beklaagde als jeugdprofessional om alle omstandigheden rond de jeugdige mee te wegen, inclusief de houding van de gezaghebbende ouder. Het CvT heeft het veronderstelde verband tussen de melding van beklaagde bij Veilig Thuis en de markering in het medisch dossier van de dochter van beklaagde niet kunnen vaststellen.