Klacht over casemanager gemeente, betreffende aanvragen voor jeugdhulp en privacy

Zaaknummer: 16.094T
Datum beslissing: 8 juni 2017
Oordeel: Alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klagers hebben al jaren contact met jeugdzorg ten behoeve van aanvragen voor jeugdhulp (te financieren middels PGB) voor de minderjarige. Beklaagde is gedurende ruim een half jaar als casemanager betrokken. Beklaagde heeft een melding bij de Jeugdbeschermingstafel gedaan. De Jeugdbeschermingstafel (JBT) heeft besloten dat de hulp doorgang vindt in het vrijwillig kader.

Klacht

Klager verwijt beklaagde het volgende:

  • nalatigheid omdat zij al haar tijd heeft gestoken in het verslag voor de JBT in plaats van in andere zaken, zoals het tijdig verstrekken van indicaties en zoeken naar een gezamenlijke oplossing van passende zorg voor de minderjarige;
  • het niet zorgvuldig omgaan met vertrouwelijke informatie;
  • zonder medeweten dan wel goedkeuring van de gezaghebbende ouder verslagen of aanvulling hierop te vragen bij de betrokken hulpverleners;
  • onnodig veel en steeds nader gespecificeerde informatie te verlangen, alsmede steeds op de stoel van de zorgverleners te willen zitten en hiermee uitspraken te doen die niet passen bij haar functie.

Beslissing

Het CvT verklaart alle klachtonderdelen ongegrond.
Niet is gebleken dat beklaagde onnodig veel tijd heeft besteed aan het verslag voor de JBT en daardoor niet is toegekomen aan andere belangrijke zaken. Een verslag schrijven voor de JBT moet weliswaar zorgvuldig gebeuren en kost daardoor tijd, maar niet aannemelijk is dat dit ten koste is gegaan van tijd die is besteed aan het faciliteren van jeugdhulp. Beklaagde heeft zorgvuldig gehandeld door naar aanleiding van de zorgaanvraag een afweging te maken welke jeugdhulp nodig is en passend, en diende daarvoor te beschikken over voldoende informatie.
Weliswaar heeft beklaagde informatie gebruikt van een betrokken hulpverlener terwijl deze informatie voor een ander doel was gegeven, maar nu deze informatie is gebruikt voor een verzoek tot onderzoek aan de Raad voor de Kinderbescherming, althans een melding aan de JBT omdat de veiligheid van de jeugdige in het geding was, dit is gebeurd na multidisciplinair overleg en met afschrift aan klagers en klagers hierop hebben kunnen reageren, heeft beklaagde zorgvuldig gehandeld. De informatie stond bovendien niet ter discussie.
Voldoende aannemelijk is dat de betrokken hulpverleners zelfstandig, en dus niet door tussenkomst van klagers, toestemming hebben gegeven aan beklaagde om hun informatie te gebruiken. Mede gelet op de bijzondere aard van een melding aan de JBT is beklaagde aldus niet buiten de grenzen getreden van een redelijk bekwame beroepsuitoefening.