Klacht over (gezins)voogd betreffende onder meer onvoldoende hulp, geen effect sorteren, gebrek aan inzet ter zake omgang. Klachtonderdeel over het niet aan rechtbank zenden van aanmerkingen op plan gegrond. Artikel M (vastlegging/dossiervorming) van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker geschonden.

Zaaknummer: 17.007Ta
Datum beslissing: 18 augustus 2017
Oordeel: klachtonderdelen I, II, III, IV, V, VII en VIII ongegrond, klachtonderdeel VI gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Beklaagde is in een gezin gezinsvoogd over de jongste kinderen en voogd over de oudste. Klaagster heeft eenhoofdig gezag over de jongste twee kinderen. De kinderen verblijven bij de vader zonder gezag. Klager verwijt beklaagde onder meer dat de kinderen geen hulp krijgen, dat zij geen ruimte ziet om iets te betekenen voor hen, dat zij een zeer beperkte omgangsregeling heeft verzocht bij de rechtbank en dat zij de aanmerkingen van klaagster op het plan van aanpak niet naar rechtbank heeft gezonden.

Het CvT overweegt dat beklaagde steeds geprobeerd heeft om te komen tot afspraken met de vader, dat hij oog had voor de zorgen over de kinderen, deze onderzocht heeft en geprobeerd heeft te objectiveren. Ook heeft beklaagde met de vader over deze zorgen gesproken. Aan de ene kant zijn bepaalde zaken niet van de grond gekomen, maar aan de andere kant is hulpverlening wel gerealiseerd. Beklaagde heeft voldoende uitgelegd dat hij, ondanks het dwangkader, in een lastige positie verkeerde omdat de kinderen verbleven bij de vader zonder gezag met wie het lastig samenwerken was, en beklaagde geen middelen had om bv. zwemles en hulpverlening af te dwingen. Uithuisplaatsing als alternatief is voldoende overwogen, maar was voor de kinderen nog minder wenselijk. Beklaagde heeft voldoende moeite gedaan om te komen tot een reguliere omgangsregeling. Door de gebrekkige communicatie tussen de ouders en hun onderlinge wantrouwen was het uiteindelijk niet mogelijk om te komen tot deze reguliere omgangsregeling.

Bovenstaande klachtonderdelen zijn ongegrond maar het CvT acht het klachtonderdeel over het niet toezenden van de aanmerkingen van klaagster op het plan gegrond. Beklaagde heeft weliswaar gesteld dat hij het plan van aanpak met daarbij de opmerkingen van klaagster naar de rechtbank heeft gezonden, maar daarvan blijkt tegenover de gemotiveerde betwisting van klaagster niet (artikel M, vastlegging/dossiervorming geschonden). De de maatregel van waarschuwing is geboden, omdat beklaagde als gezinsvoogd is gehouden de rechter volledig te informeren.