Klacht over gezinsvoogd betreffende het zich niet gehoord voelen als moeder. Verwijten zien onder meer op het te snel grijpen naar juridische instrumenten en geen voorafgaand overleg plegen met klaagster, het niet informeren van klaagster en het niet werken aan omgang.

Zaaknummer: 16.159T
Datum beslissing: 26 januari 2018
Oordeel: klacht ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Beklaagde is gezinsvoogd van twee kinderen, die eerst bij klaagster (moeder) woonden en nu bij hun vader. De ouders hebben gezamenlijk gezag. Klager voelt zich door beklaagde niet serieus genomen als moeder. Zij verwijt beklaagde onder meer dat hij te snel grijpt naar juridische instrumenten en niet voorafgaand met haar overlegt, dat hij haar niet informeert en niet werkt aan de omgang tussen klaagster en de kinderen.

Het CvT vindt niet aannemelijk dat beklaagde niet met klaagster heeft samengewerkt of te snel naar een juridisch middel heeft gegrepen door een verzoek tot vervangende toestemming betreffende onderzoek en behandeling van het jongste kind in te dienen. Beklaagde heeft de stelling van klaagster voldoende betwist en deze betwisting onderbouwd met contactjournaals. Beklaagde heeft, gezien de ernst en de urgentie van de situatie van het jongste kind en de al langer uitblijvende onvoorwaardelijke toestemming van klaagster, zorgvuldig gehandeld door zich na multidisciplinair overleg tot de rechtbank te wenden. Volgens het CvT is niet gebleken dat beklaagde heeft nagelaten klaagster te informeren over de uithuisplaatsing van het oudste kind. Uit de contactjournaals komt verder naar voren dat dit kind weliswaar de wens heeft uitgesproken om bij klaagster te gaan wonen, en dat deze wens wel aan de orde is geweest, maar dat een plaatsing van dit kind bij klaagster in toenmalige acute crisissituatie niet in zijn belang werd geacht omdat dit proces meer tijd en voorbereiding en gesprekken vraagt. Het CvT vindt deze afweging begrijpelijk. Verder is niet gebleken dat beklaagde klaagster niet heeft geïnformeerd over de schorsing van school van het jongste kind. Daarnaast is informatie over een suïcidepoging van de minderjarige weliswaar van zodanige orde dat dit onverwijld aan de ouder met gezag dient te worden bericht, maar nu beklaagde ten tijde van het incident op vakantie was, hij klaagster nadien spoedig en uitgebreid op de hoogte heeft gesteld, en hij bovendien gereflecteerd heeft op zijn handelen, is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

Het CvT is van oordeel dat beklaagde de stellingen van klaagster betreffende de omgang gemotiveerd heeft betwist. Beklaagde heeft in het kader van de ondertoezichtstelling de ouders terecht en bij herhaling gewezen op hun gezamenlijke verantwoordelijkheid ten opzichte van hun kinderen en de noodzaak het gesprek met elkaar aan te gaan en elkaar te informeren. Beklaagde heeft ook voldoende aannemelijk gemaakt dat waar dit nemen van de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de ouders niet is gelukt, het nodig was in het belang van de kinderen de rechtbank te vragen de omgang terug te brengen.