Klacht tegen gezinsvoogd met name betreffende onvoldoende erkenning van de zorgen over de kinderen. Artikel E (respect) en I (beëindiging professionele relatie) van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker geschonden. Geen maatregel opgelegd wegens beperkt handelen in een beperkte periode.

Zaaknummer: 17.017T
Datum beslissing: 6 juli 2017
Oordeel: klachtonderdelen I, II en III ongegrond, klachtonderdeel IV gegrond, klachtonderdeel V deels gegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster heeft tegen de jeugdprofessional, die betrokken is geweest in het drangkader, vijf klachtonderdelen ingediend. Klaagster heeft zorgen met betrekking tot de kinderen wanneer zij bij haar ex-partner, de vader, verblijven. Beklaagde erkent deze zorgen volgens klaagster onvoldoende. Alle vijf de klachtonderdelen zien toe op klaagsters zorgen bij de ex-partner en hoe beklaagde hiernaar gehandeld heeft. Klachtonderdeel vier, betreffende het accepteren van een belofte van de ex-partner betreffende diens middelengebruik, wordt gegrond verklaard. Het had, naar het oordeel van het College, op de weg van beklaagde gelegen om meer inspanning te leveren om objectief vast te stellen of al dan niet sprake was van middelengebruik bij de vader (schending artikel E, respect, van de Beroepscode). Klachtonderdeel vijf wordt gegrond verklaard voor het deel dat betrekking heeft op het einde van de  betrokkenheid van beklaagde (schending artikel E, respect, en I, beëindiging van de professionele relatie, van de Beroepscode). Het College overwoog daarbij dat beklaagde ondanks dat de hulpverlening nog niet voldoende was overgedragen aan een collega, heeft nagelaten om te reageren op de per mail geuite zorgen van klaagster.

Het College ziet af van oplegging van een maatregel, omdat de schending van de Beroepscode slechts ziet op beperkt handelen en een beperkte periode.