Klacht over gezinsvoogd met name betreffende niet oppakken zorgen van klager en dwingen van de kinderen tot omgang

Zaaknummer: 17.004Ta
Datum beslissing: 29 juni 2017
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Beklaagde is gezinsvoogd van 2 kinderen. Klager, vader, en moeder zijn uit elkaar en gezamenlijk belast met het gezag. De kinderen wonen nu bij klager en woonden voorheen bij moeder. In het verleden zijn ouders een omgangsregeling overeengekomen tussen moeder en de kinderen. De ondertoezichtstelling is vanwege loyaliteitsproblematiek uitgesproken. De rechtbank heeft aan klager een dwangsom opgelegd ter zake nakoming van de omgangsregeling.

Klager heeft tegen de gezinsvoogd zeven klachtonderdelen ingediend. De rode draad in het merendeel van de klachtonderdelen is de angst van klager over de veiligheid van de kinderen wanneer zij bij moeder zijn. Deze angst gaat zo ver dat klager zich niet laat dwingen om medewerking te verlenen aan de omgangsregeling. De klachtonderdelen worden allen ongegrond verklaard.

Het CvT overweegt dat beklaagde voldoende heeft geluisterd naar de klachten van klager en de kinderen, en deze heeft onderzocht; de signalen van de kinderen over zorgelijk gedrag van moeder zijn getoetst door hierover met moeder in gesprek te gaan, afspraken te maken met moeder en bij de kinderen vervolgens te toetsen of moeder zich aan die afspraken gehouden heeft, hetgeen het geval was. Ook heeft er een persoonlijkheidsonderzoek plaatsgevonden ten aanzien van een van de kinderen, waaruit geen signalen naar voren kwamen. Beklaagde heeft daarnaast contact gehad met de huisarts en de Intensief Ambulante Gezinsbegeleidster van moeder. De signalen zijn derhalve getoetst maar niet door de betrokken professionals bevestigd. Evenmin hebben de scholen zorgsignalen afgegeven. Van reƫle onveiligheidsaspecten rond de kinderen bij moeder is niet gebleken. Een van de doelen in het kader van deze ondertoezichtstelling is bovendien dat de kinderen een onbelaste omgang moeten kunnen hebben met beide ouders. Beklaagde heeft in redelijkheid binnen het kader van de ondertoezichtstelling stappen ondernomen om te komen tot een omgangsregeling.