Klacht tegen gezinsvoogd met name over het te laat opstellen van het Plan van Aanpak.

Zaaknummer: 17.096Ta
Datum beslissing: 19 maart 2018
Oordeel: klachtonderdeel I deels gegrond; klachtonderdelen I (deels), II, III, IV, V, VI en VII ongegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster heeft tegen de jeugdprofessional, die samen met een collega belast is geweest met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, zeven klachtonderdelen ingediend. De kern van het deels gegronde klacht onderdeel ziet op het te laat opstellen van het Plan van Aanpak. Het College oordeelt dat beklaagde geen Plan van Aanpak binnen de wettelijk gestelde termijn heeft opgesteld. De ondertoezichtstelling is op 4 maart 2016 uitgesproken en het eerste Plan van Aanpak is vastgesteld op 30 september 2016, ruim zes maanden na het uitspreken van de ondertoezichtstelling. Het is het College niet onopgemerkt gebleven dat beklaagde zich heeft ingespannen voor klaagster en vader naar aanleiding van de ontstane had hoc situaties, maar het heeft ontbroken aan voldoende handvatten en structuur. Wanneer beklaagde met haar collega namelijk aan de start van de ondertoezichtstelling een Plan van Aanpak had opgesteld en niet had voortgeborduurd op een liggende rapportage, had dit als raamwerk voor de hulpverlening kunnen dienen. Het College acht op grond van het bovenstaande een maatregel van een waarschuwing passend en geboden.