Klacht tegen gezinsvoogd over de uitvoering van de ondertoezichtstelling en de bejegening richting klaagster. Artikel J (vertrouwelijkheid) van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker geschonden.

Zaaknummer: 17.084T
Datum beslissing: 18 december 2017
Oordeel: klachtonderdelen I tot en met VI ongegrond; klachtonderdeel VII gegrond
Maatregel: is afgezien van oplegging van een maatregel

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 18.003B.

Klaagster (moeder van de minderjarige) heeft tegen de jeugdprofessional, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, zeven klachtonderdelen ingediend. De dochter van klaagster is tevens uithuisgeplaatst. Klaagster verwijt beklaagde het volgende: er wordt niet of nauwelijks op tijd gereageerd op berichten van klaagster, de dochter wordt in het ongewisse gelaten over de omgang met klaagster, bepaalde stellingname in rapportages wordt niet onderbouwd, klaagster wordt onterecht verweten dat zij een hulpverleningstraject heeft stopgezet, er wordt een verkeerde oorzaak van de positieve urinewaarden van klaagster benoemd en er is vertrouwelijke informatie van de dochter gedeeld met de ex-partner van klaagster (niet zijnde de vader van de dochter). Dit laatste klachtonderdeel wordt gegrond verklaard. Beklaagde heeft niet betwist dat zij contact opgenomen heeft met zowel de ex-partner alsook met zijn advocaat. Hetgeen besproken is, kan het College echter niet vaststellen nu partijen daarover van mening verschillen. Ondanks dat niet kan worden vastgesteld wat besproken is, is het College van oordeel dat het op de weg van beklaagde had gelegen toestemming te vragen aan klaagster, dan wel klaagster in te lichten, alvorens zij contact op zou nemen met voornoemde personen om zaken in relatie tot de dochter te bespreken (artikel J, vertrouwelijkheid, van de Beroepscode geschonden). Nu dit voorafgaand aan het contact niet gebeurd is, had beklaagde volgens het College klaagster nadien moeten informeren, schriftelijk of anderszins. Ook dit heeft beklaagde nagelaten.

Het College ziet af van oplegging van een maatregel, omdat de schending van de Beroepscode slechts ziet op beperkt handelen, waarvan het College voorts onvoldoende kan vaststellen wat in de contactmomenten is besproken. Tot slot heeft beklaagde ter zitting gereflecteerd op haar handelen.