Klacht tegen de jeugdbeschermer die betrokken is geweest bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling waarbij de gegronde klachtonderdelen zien op het niet nemen van een regiefunctie, de onvoldoende bronvermelding in een rapportage en het niet transparant communiceren. Artikel D (bevorderen van het vertrouwen in de jeugdzorg) en artikel F (informatievoorziening over de hulp- en dienstverlening) zijn geschonden.

Zaaknummer: 17.132T
Datum beslissing: 9 mei 2018
Oordeel: klachtonderdelen I (deels), II (deels), III en IV (deels) gegrond, klachtonderdelen I (deels), II (deels) en IV (deels) ongegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 18.012B.

Klager heeft tegen de jeugdbeschermer, die betrokken is geweest bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling, vier klachtonderdelen ingediend. Het College heeft klachtonderdelen I (deels), II (deels), III en IV (deels) gegrond verklaard. De kern van de gegronde klachtonderdelen ziet op het volgende. Ten aanzien van klachtonderdeel I is voor het College gebleken dat beklaagde ten tijde van zijn betrokkenheid als jeugdbeschermer onvoldoende een regiefunctie heeft genomen. Beklaagde heeft de nadruk op de inhoud gelegd en is daarbij de onderlinge betrekkingen gedeeltelijk uit het oog verloren. Zoals beklaagde ook heeft erkend, was het aan hem om als jeugdprofessional de regie te nemen. Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel heeft beklaagde erkend dat de bronvermelding beter had gemoeten en gereflecteerd op zijn handelen. Het College heeft geoordeeld dat de bronvermelding onvoldoende is geweest. Ook had beklaagde nadat hij op de hoogte was gebracht van dit gebrek de rapportage moeten aanpassen. Ten aanzien van klachtonderdelen drie en vier oordeelt het College dat er een gebrek aan transparante communicatie is geweest. Beklaagde had zijn aannames expliciet met klager moeten bespreken Beklaagde heeft volgens het College artikel D (bevorderen van het vertrouwen in de jeugdzorg) en artikel F (informatievoorziening over de hulp- en dienstverlening) van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker geschonden. Hij heeft in zijn verweer en tijdens de mondelinge behandeling gereflecteerd op zijn handelen en toegelicht welke aanpassingen hij reeds heeft gemaakt. Voor het College ontbrak nog een adequate reflectie op het gebied van de communicatie en het oppakken van signalen en het daar naar handelen tijdens gesprekken met cliƫnten. Gelet op dit voorgaande acht het College de maatregel van een waarschuwing passend.