Klacht tegen een jeugdbeschermer die betrokken is bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, met name over haar handelswijze richting klaagster.

Zaaknummer: 17.131T
Datum beslissing: 4 mei 2018
Oordeel: ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster heeft tegen een jeugdbeschermer van de GI, de betrokken is geweest bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, zes klachtonderdelen ingediend. Klaagster stelt dat beklaagde haar niet heeft geïnformeerd over het welzijn van de kinderen, er opzettelijk onjuiste en onvolledige informatie is verstrekt aan gerechtelijke instanties, er geen pogingen worden ondernomen om de verschillende omgangsregelingen weer tot stand te brengen, post van klaagster niet tijdig aan de kinderen is verstrekt en er onvoldoende invulling is gegeven aan het doel van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Het College oordeelt dat alle klachtonderdelen ongegrond zijn. In deze samenvatting wordt één klachtonderdeel kort toegelicht. Klachtonderdeel één, betreffende het niet informeren over het welzijn van de kinderen, oordeelt het College dat beklaagde in lijn met artikel A van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker heeft gehandeld. Zij heeft gemotiveerd toegelicht bij elk moment een afweging te hebben gemaakt tussen enerzijds het belang van de dochter en anderzijds het belang van klaagster om geïnformeerd te worden. Het College oordeelt dat beklaagde zeer zorgvuldig heeft gehandeld. Met betrekking tot de overige klachtonderdelen heeft het College geoordeeld dat beklaagde het door klaagster gestelde gemotiveerd heeft weerlegd in haar verweer en tijdens de mondelinge behandeling.