Klacht tegen jeugdbeschermer over het verkeerd informeren van klager over haar inzet omtrent de wijziging van het gezag, het onvoldoende aandacht geven aan de dochter tijdens de uithuisplaatsing van de zoon en het onvoldoende informeren van klager over de thuisplaatsing van de zoon bij moeder.

Zaaknummer: 16.152Tb
Datum beslissing: 7 december 2017
Oordeel: klachtonderdelen I, II en III (deels) ongegrond; klachtonderdeel III (deels) niet-ontvankelijk.
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klager heeft tegen de jeugdbeschermer, die betrokken is geweest in het drangkader, drie klachtonderdelen ingediend. Gelijktijdig heeft klager tegen een collega van beklaagde een klacht ingediend. Klager vindt dat beklaagde hem verkeerd heeft geïnformeerd over haar inzet omtrent de wijziging van het gezag van moeder naar klager, onvoldoende aandacht heeft gegeven aan zijn dochter tijdens de uithuisplaatsing van de zoon en klager onvoldoende is geïnformeerd over de thuisplaatsing van zijn zoon bij moeder. Beklaagde betwist alle drie de klachtonderdelen. Het College heeft alle drie de klachtonderdelen ongegrond verklaard. Naar het oordeel van het College is voldoende komen vast te staan dat het niet tot de mogelijkheden van beklaagde behoorde om voor klager het eenhoofdige gezag over de dochter aan te vragen. Verder heeft klager niets aangevoerd waaruit hij zou kunnen afleiden dat beklaagde zich zou inzetten voor de gezagswijziging. Tot slot is uit de geschetste gang van zaken door beklaagde voor klachtonderdeel twee en drie, over de uithuisplaatsing bij klager en de thuisplaatsing van de zoon bij moeder, gebleken dat beklaagde zorgvuldig te werk is gegaan. Voorts is gebleken dat zij alle nodige instanties heeft betrokken bij het te nemen besluit van klachtonderdeel drie en dat de beslissing om klager vooraf niet te informeren niet bij beklaagde lag.