Klacht over een jeugdbeschermer, dat zij niet heeft verzocht de machtiging gesloten jeugdhulp te verlengen, omdat de minderjarige bijna 18 jaar zou worden, dat zij geen machtiging uithuisplaatsing heeft aangevraagd, dat zij de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige niet heeft gewaarborgd, de minderjarige niet heeft laten onderzoeken en dat zij geen gehoor heeft gegeven aan de zorgen van klaagster.

Zaaknummer: 17.101T
Datum beslissing: 14 maart 2018
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster heeft dertien klachtonderdelen ingediend, die hier zijn samengevoegd en samengevat. Beklaagde heeft ervoor gekozen om de machtiging gesloten jeugdhulp van drie maanden niet te verlengen, omdat de minderjarige bijna 18 jaar zou worden. De minderjarige had voor een langere periode uit haar situatie gehaald moeten worden. Klaagster verwijt beklaagde dat zij heeft nagelaten direct een machtiging uithuisplaatsing aan te vragen, omdat de minderjarige met een ondertoezichtstelling elders was geplaatst. Beklaagde heeft vervolgens een spoedverzoek machtiging uithuisplaatsing ingediend, maar daar klaagster niet over geïnformeerd. Beklaagde heeft de minderjarige toestemming gegeven bij een gezin te verblijven, terwijl klaagster dit niet wilde. Beklaagde heeft de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige niet gewaarborgd; de minderjarige keerde vaak niet terug naar de groep en ondanks dit heeft beklaagde geen actie ondernomen. Klaagster stelt dat de minderjarige in de gesloten inrichting ten onrechte niet is onderzocht. Er is niet toegewerkt naar zelfstandigheid. Beklaagde is meegegaan in het manipulerende gedrag van de minderjarige. Beklaagde heeft geen gehoor gegeven aan de zorgen van klaagster. Ondanks dat de minderjarige meerdere malen de wet heeft overtreden, niet naar school ging en een ambtenaar in functie heeft beledigd, is er niet opgetreden.

Het College overweegt dat beklaagde voldoende heeft aangetoond dat er geen grond was voor verlenging van de gesloten jeugdhulp. Dat is een kernbeslissing geweest die zij, in overleg met haar team, genomen heeft. Op grond van de Jeugdwet is in het kader van een ondertoezichtstelling een machtiging uithuisplaatsing noodzakelijk om de jeugdige uit huis te kunnen plaatsen. Het College stelt vast dat toen beklaagde erachter kwam dat zij verzuimd had deze machtiging te verzoeken, zij deze alsnog met spoed heeft aangevraagd. Het College meent dan ook dat beklaagde deze omissie zo spoedig mogelijk naar vermogen heeft hersteld en dat dit noch voor klaagster, noch voor de minderjarige schadelijke gevolgen heeft gehad. Vast staat dat beklaagde klaagster niet heeft geïnformeerd over het door haar gedane spoedverzoek machtiging uithuisplaatsing. Het College had het zorgvuldiger gevonden als beklaagde klaagster hierover had geïnformeerd. Ten aanzien van de klacht dat de minderjarige niet is onderzocht, overweegt het College dat beklaagde er binnen de context weinig aan kon doen om het diagnostisch onderzoek te bespoedigen. Ten aanzien van de wetsovertredingen heeft beklaagde de afweging gemaakt de minderjarige aan te spreken op het gedrag maar daar verder geen sancties aan te verbinden, omdat de politie hier al mee bezig was.

Het College kan zich voorstellen dat het voor klaagster zwaar is geweest dat beklaagde in bepaalde gevallen de stem van de minderjarige zwaarder heeft laten wegen. Hier heeft het conflict van plichten een rol gespeeld. Beklaagde heeft steeds getracht de minderjarige tot haar recht te laten komen. Zij heeft klaagster zoveel als mogelijk betrokken. Voorts was beklaagde beperkt in haar mogelijkheden de minderjarige een plek te bieden in de weekenden, omdat zij thuis niet welkom was en heeft zij steeds moeten schipperen tussen de verschillende belangen, waarbij het belang van de minderjarige gezien haar leeftijd wettelijk zwaarder woog. Het is het College voldoende gebleken dat het doel zoveel mogelijk toe te werken naar zelfstandigheid wel is nagestreefd, maar dat het niet, dan wel onvoldoende is behaald. Beklaagde heeft dat ter zitting ook erkend en aangegeven dat spijtig te vinden. In deze omstandigheden heeft het College geen maatregel opgelegd.