Klacht tegen jeugdconsulent over het niet handelen in het belang van de kinderen, het tekortschieten in de informatievoorziening en het op onzorgvuldige wijze afsluiten van de hulpverlening in het drangkader.

Zaaknummer: 17.058Ta
Datum beslissing: 5 januari 2018
Oordeel: ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

De klacht van klager bestaat uit vijf klachtonderdelen. Beklaagde is werkzaam als jeugdconsulent en heeft vanaf 24 augustus 2015 de regie gehad over de hulp in het vrijwillig kader. Vanaf 14 juni 2016 is een drangtraject ingezet, welke is uitgevoerd door een instelling. Het College is van oordeel dat beklaagde in haar functie als jeugdconsulent maar een beperkte rol had gedurende het door de instelling uitgevoerde drangtraject. Het is het College uit het dossier niet gebleken dat beklaagde een rol zou hebben gespeeld in het stopzetten van de zorgregeling tussen klager en de kinderen in december 2015, en evenmin dat beklaagde niet in het belang van de kinderen heeft gehandeld. Wat betreft de bij aanvang van een hulpverleningstraject te verschaffen informatie heeft het College overwogen dat beklaagde een lopend dossier heeft overgenomen van een collega. Beklaagde is er daarbij vanuit gegaan dat haar collega de betreffende schriftelijke informatie reeds aan klager had verstrekt. Zoals beklaagde ook zelf heeft erkend, had zij er beter aan gedaan als zij dit expliciet had geverifieerd. Desondanks is het College van oordeel dat beklaagde niet buiten de grenzen is getreden van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Ten aanzien van de beƫindiging van het drangtraject geldt dat beklaagde geen verantwoordelijkheid draagt voor de beslissingen die door de instelling binnen dat traject zijn genomen en de communicatie daarover richting klager.