Klacht tegen jeugdprofessional die betrokken is bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling, met name over de handelswijze en de ingezette koerswijziging.

Zaaknummer: 17.080T
Datum beslissing: 18 januari 2018
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klager heeft tegen de jeugdprofessional, die betrokken is geweest bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling, zeven klachtonderdelen ingediend. Het College oordeelt dat alle klachtonderdelen ongegrond zijn. Klachtonderdeel één, betreffende de zorgmelding, acht het College niet de taak van de jeugdprofessional om klager hierover te informeren. Het handelen van de jeugdprofessional is volgens het College juist extra zorgvuldig geweest naar klager. Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel over de onmogelijkheid van de werkrelatie tussen betrokken partijen oordeelt het College dat er sinds de betrokkenheid van deze jeugdprofessional sprake is van een koerswijziging. Het College oordeelt dat de jeugdprofessional klager hierin voldoende meegenomen heeft en haar hierin geen tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. Ten derde oordeelt het College dat beklaagde geen misbruik heeft gemaakt van de positie van de jeugdige. De jeugdige is verwikkeld in een strijd tussen haar ouders en voorts is er geen begin van aannemelijkheid voor het standpunt van klager dat er sprake zou zijn van misbruik. Ten aanzien van klachtonderdeel vier, betreffende de contactjournaals, heeft klager zelf tijdens de mondelinge behandeling aangegeven deze ontvangen te hebben, waardoor het College deze klacht niet inhoudelijk behandeld heeft. Voorts is voor het College bij het vijfde klachtonderdeel onvoldoende gebleken dat feiten in een officieel document zijn verdraaid. Tot slot heeft het College de laatste twee klachtonderdelen gezamenlijk beoordeeld en is tot de conclusie gekomen dat de jeugdprofessional niet incompetent is en evenmin is gebleken dat zij in strijd zou hebben gehandeld met de Jeugdwet.