Klacht tegen een jeugdprofessional over het onzorgvuldig handelen bij het nemen van een beslissing om een zorgmelding te doen bij de GI. Artikel G (Overeenstemming/instemming omtrent hulp- en dienstverlening) en het algemene uitgangspunt van gedeelde besluitvorming uit de richtlijnen Jeugdhulp zijn geschonden.

Zaaknummer: 17.078T
Datum beslissing: 12 januari 2018
Oordeel: klachtonderdelen I, II, III, IV ongegrond; klachtonderdeel V gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 18.002B

Klaagster heeft tegen de jeugdprofessional die betrokken is geweest in het drangkader één kernklacht ingediend, waaruit vijf concrete klachtonderdelen voortvloeien. De kern van de klacht is dat beklaagde onzorgvuldig heeft gehandeld bij haar beslissing om een zorgmelding te doen bij de GI. Ten aanzien van klachtonderdeel één, betreffende het niet of te weinig zijn geïnformeerd over de zorgsignalen die beklaagde van derden ontving, vindt het College geen aanknopingspunten die deze stelling kunnen onderbouwen. Ook in het tweede klachtonderdeel volgt het College de stelling van klaagster niet. Beklaagde heeft niet teveel nadruk gelegd op de  psychische problemen van klaagster, nu klaagster dit zelf tijdens één van de eerste gesprekken heeft gedeeld met beklaagde. Bij het derde klachtonderdeel oordeelt het College met klaagster dat in het dossier wel alle mogelijke risicofactoren in kaart zijn gebracht, maar dat deze niet zijn vertaald in concrete risico’s en afgezet tegen de beschermende factoren. Het ontbreken van documenten was echter het gevolg van werkafspraken tussen verschillende betrokken instanties en valt beklaagde onder deze omstandigheden niet te verwijten. Ten aanzien van het vierde klachtonderdeel oordeelt het College dat er sprake is geweest van een visieverschil tussen betrokken partijen. Het niet altijd meewerken van klaagster heeft ervoor gezorgd dat het beklaagde niet verweten kan worden dat er geen passend hulpaanbod is geweest. Tot slot acht het College het laatste klachtonderdeel gegrond. Het College stelt vast dat beklaagde klaagster niet vooraf heeft geïnformeerd over het besluit om het gezin van klaagster aan te melden bij een GI. Hoewel het College de zorgen van beklaagde over de mogelijke reactie van klaagster kan begrijpen, had dit beklaagde er niet van mogen weerhouden klaagster tijdig te informeren en mee te nemen in de besluitvorming. Het College acht het passend en geboden nu artikel G van de Beroepscode en het uitgangspunt gedeelde besluitvorming van de richtlijn Jeugdhulp zijn geschonden om een maatregel van een waarschuwing op te leggen.