Klacht tegen jeugdzorgwerker over het beleid van beklaagde, de wijze van bejegening en een partijdige opstelling.

Zaaknummer: 17.094T
Datum beslissing: 14 mei 2018
Oordeel: ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klager verwijt beklaagde kort samengevat dat beklaagde een gebrek aan inzicht heeft in de gemoedstoestand van de kinderen, dat zij gemaakte afspraken over de omgang tussen vader en de kinderen niet is nagekomen, zich onprofessioneel heeft opgesteld, rapportages niet heeft verstrekt en een diagnose heeft gesteld dat in een raadsrapport is terechtgekomen. Het College is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat beklaagde heeft gehandeld in strijd met gemaakte afspraken en dat zij onvoldoende inzicht heeft gehad in de gemoedstoestand van de kinderen. In het vrijwillig kader is het van belang dat zowel klaagster als vader overeenstemming bereiken over de vervolgstappen in de hulpverlening. Nadat klaagster aan beklaagde te kennen heeft gegeven dat zij niet akkoord was met een omgangsmoment tussen vader en de kinderen, heeft beklaagde geen verdere actie tot omgang ondernomen. Ten tijde van het gesprek was bovendien een beschikking van kracht waarin de omgang tussen vader en de kinderen is vastgesteld.

Het College overweegt dat beklaagde klaagster heeft geïnformeerd over het gesprek tussen vader en de kinderen en dat vader hiervan op de hoogte is gesteld. Ten aanzien van de niet verstrekte rapportages is het College van oordeel dat beklaagde het plan aan het einde van de diagnosefase aan klaagster heeft opgestuurd als afronding van de hulpverlening. Beklaagde heeft zorgvuldig gehandeld door noch aan vader noch aan klaagster een foto van een flipover te verstrekken. Dat beklaagde een diagnose heeft gesteld of uitspraken heeft gedaan die zij niet heeft kunnen doen, is het College niet gebleken. De klachtonderdelen zijn ongegrond.